Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

In deze paragraaf schetsen wij onze beleidsvoornemens voor 2025 voor de lokale heffingen en de leges. Ook beschrijven wij de lokale belastingdruk en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. Meer details staan in de diverse belastingverordeningen die de gemeenteraad op 17 december 2024 heeft vastgesteld.

We onderscheiden de volgende heffingen:

1. Retributies
Met retributies kan de gemeente (een deel van) de kosten van de dienstverlening verhalen op degene die om de dienstverlening vraagt. Retributies zijn leges, gelden of heffingen. Deze zijn niet wettelijk voorgeschreven. Retributies zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie en mogen maximaal kostendekkend zijn.

Onze gemeente heft de volgende retributies:

  • Afvalstoffenheffing
  • Rioolheffing
  • Lijkbezorgingsrechten
  • Marktgelden
  • Kadegelden
  • Overige leges en rechten


2. Belastingen
Belastingen zijn heffingen waarvan we de opbrengst vrij kunnen besteden. Met de ongebonden heffingen waarvoor de gemeente geen tegenprestatie levert, is de gemeente beperkt in het aantal belastingen dat ze mag heffen. Deze zijn benoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet. De gemeente is vrij in de vaststelling van de hoogte van het tarief. We houden daarbij rekening met de landelijke cijfers over de stijging van de onroerendezaakbelasting (OZB) en met de inkomstenmaatstaf van het Gemeentefonds. Deze belastingen zijn inkomsten voor de gemeente die we voor verschillende kosten kunnen inzetten.

Onze gemeente heft de volgende belastingen:

  • Onroerendezaakbelasting
  • Roerende zaakbelasting
  • Precariobelasting
  • Toeristenbelasting
  • Forensenbelasting
  • Parkeerbelasting

De gemeente Stichtse Vecht heeft de hondenbelasting per 1 januari 2025 afgeschaft.

Kwijtschelding
Inwoners kunnen kwijtschelding krijgen voor hun belastingaanslagen als iemand het niet of maar deels kan betalen. Hiervoor geldt de 100% kwijtscheldingsnorm (= bijstandsnorm). Als we van tevoren weten dat we gaan kwijtschelden, dan wordt dat een automatische kwijtschelding. Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding krijgen, maar alleen voor de belastingaanslagen die zij als privépersoon ontvangen. Bedrijven komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.

Kwijtschelding is mogelijk voor de ozb-woningen in eigendom, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De basis voor het kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Oninbaar
In onze schattingen van de opbrengsten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerendezaakbelastingen houden we er rekening mee dat we een deel van de opgelegde vorderingen niet kunnen innen. Dat is het geval als een belastingschuldige wel moet betalen, maar invordering op de gebruikelijke wijze in de praktijk niet (meer) mogelijk is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als de belastingschuldige failliet is gegaan of de belastingschuldige vertrokken is zonder dat de nieuwe verblijfplaats bij de invorderingsambtenaar bekend is.

Retributies

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Retributies

Beleidsvoornemens
Voor het begrotingsjaar 2025 waren de volgende specifieke beleidsvoornemens geformuleerd:

  • De ontwikkeling van de rioolheffingen volgt de kostenontwikkeling van de gemeentelijke rioleringsactiviteiten. De programmering van deze activiteiten is vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022/-2026;
  • Leges en heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn;
  • Waar mogelijk is het inflatiepercentage van 3,1% toegepast in de berekeningen.
  • Voor overhead wordt een opslag van 14,0% op de directe lasten aan de tarieven toegerekend.

Afvalstoffenheffing
Wij hebben de wettelijke plicht om te zorgen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Wij brengen afvalstoffenheffing in rekening bij de gebruikers van een perceel voor de verwijdering en verwerking van huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing was in 2025 volledig kostendekkend.

Rioolheffing
Alle eigenaren van een perceel dat is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, betalen een vast bedrag aan rioolheffing. De opbrengst van de rioolheffing gebruikten we voor de volgende gemeentelijke zorgplichten en taken:

  • een veilige inzameling en transport van afvalwater naar de zuivering, zonder risico’s voor bewoners of het milieu (zorgplicht afvalwater);
  • het opvangen en verwerken van hemelwater (regenwater), waarmee we wateroverlast hebben voorkomen (zorgplicht hemelwater);
  • het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte (zorgplicht grondwater);
  • het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs inwoners prettig wonen, werken en recreëren.

Overzicht tarieven en opbrengsten 2024 - 2025

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Overzicht tarieven en opbrengsten 2024 - 2025
Tabel LH.1.
Heffing Tarief 2025 Begroting na wijziging 2025 Rekening 2025
Gebonden heffingen (retributies) *€ 1.000 * € 1.000
Afvalstoffenheffing 11.806 11.611
Eenpersoonshuishouden € 306,01
Meerpersoonshuishouden € 463,65
Rioolheffing 8.465 8.144
0 t/m 75m3 water € 213,68
76 t/m 150m3 water € 290,02
151 t/m 300m3 water € 428,72
>300m3 water, extra voor elke 100m3 water € 105,80
Kadegelden 82 74
Per dag, zonder stroom, per meter € 1,17
Per dag, met stroom, per meter € 1,52
Marktgelden 86 66
Standplaats op een warenmarkt/kraam € 11,16
Lijkbezorgingsrechten 600 490
Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Huwelijk en partnerschap 165 201
Paspoorten 18+ € 86,85 828 985
Paspoorten 18- € 65,70
Identiteitskaarten 18+ € 78,50
Identiteitskaarten 18- € 42,35
Rijbewijzen € 52,10 308 225
Overige documenten (uittreksel) 64 59
Naturalisatie 61 131
Omgevingsvergunningen 3.783 2.123
Ongebonden heffingen (belastingen)
OZB
Eigenaren woningen 0,08532% 11.636 12.626
Eigenaren niet-woningen 0,22282% 2.259 2.947
Gebruikers niet-woningen 0,16713% 1.491 1.709
RZB
Eigenaren woningen 0,08532% 84 76
Parkeerbelasting 66 81
Scheendijk-Noord, per 14 minuten € 0,24
Scheendijk-Noord per dag € 3,47
Scheendijk-Noord vergunning € 235,78
Precariobelasting 112 74
(Water)toeristenbelasting € 3,50 614 1.041
Watertoeristenbelasting € 2,06
Forensenbelasting 0,20540% 156 216
Totaal 42.666 42.880

We baseerden de genoemde tarieven op de regels voor gemeentelijke belastingen uit 2025. De tarieven van 2025 heeft de gemeenteraad op 17 december 2024 vastgesteld.

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kostendekkendheid

Kostendekkendheid afval en riolering
Bij het opstellen van de begroting namen we de door de raad vastgestelde beleidsdocumenten als uitgangspunt. Voor de rioolheffing was dit het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022/2026. In de begroting bepaalden we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend waren. Hierbij hebben we gekeken naar welke uitgaven en inkomsten horen bij afval en riolering. Bij de jaarstukken berekenen we achteraf of deze tarieven ook daadwerkelijk kostendekkend waren. Bij een tekort doen we een beroep op de voorziening die we daarvoor hebben gemaakt. Als we hogere inkomsten hebben, dan dat we kosten maken, storten we het verschil in de voorziening voor riool en/of afval.

Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing
In 2025 is de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 108%. De totale toe te rekenen lasten voor het inzamelen en verwerken van afval bedroegen € 10.754.000. De baten, bestaande uit de afvalstoffenheffing en overige opbrengsten, bedroegen € 11.611.000. Het resultaat van € 857.000 is toegevoegd aan de voorziening afval, waardoor de heffing kostendekkend blijft.

Tabel LH.2.
Kostendekkendheid 2025
Afvalstoffenheffing (x € 1.000) Bedrag
Product afval:
kosten 9.107
inkomsten (excl. heffingen) -1.344
Netto kosten 7.763
Toe te rekenen kosten:
overhead 1.275
compensabele btw 1.716
Totaal toe te rekenen kosten 2.990
Totaal kosten 10.754
Opbrengst heffingen 11.611
Totaal kosten - opbrengsten 857
Afval
Het kostendekkingspercentage voor afval bedraagt op basis van de baten en lasten 108%. De meeropbrengsten worden in de voorziening gestort.

Berekening kostendekkendheid Rioolheffing 
In 2025 is de kostendekkendheid van de rioolheffing 98%. De totale toe te rekenen lasten voor het inzamelen en verwerken van riool bedroegen € 8.350.000 . De baten, bestaande uit de rioolheffing en eventuele overige opbrengsten, bedroegen € 8.144.000 . Het resultaat van € 206.000 is ontrokken uit de voorziening riolering, waardoor de heffing  kostendekkend blijft.

Tabel LH.3.
Kostendekkendheid 2025
Rioolrecht (x € 1.000) Bedrag
Product riolering:
kosten 6.367
Netto kosten 6.367
Toe te rekenen kosten:
overhead 891
compensabele btw 1.092
Totaal toe te rekenen kosten 1.983
Totaal kosten 8.350
Opbrengst heffingen 8.144
Totaal kosten - opbrengsten -206
Riolering
Het kostendekkingspercentage voor riolering bedraagt op basis van de baten en lasten 98%. Het verschil onttrekken wij uit de voorziening riolering.

Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten
Binnen de gemeente zijn acht gemeentelijke begraafplaatsen die wij beheren. De volgende tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen voor het jaar 2025. Hierin hebben we de inkomsten uit onder andere grafrechten en begravingen vergeleken met de kosten voor het beheer van de begraafplaatsen en de personeelskosten.  Er zijn meer eenmalige onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd in het kader van de toegankelijkheid, daarnaast is al een paar jaar sprake van een daling van de inkomsten. Ook hebben we in 2025 de leges voor KNIL-graven terugbetaald aan de nabestaanden.

Tabel LH.4.
Kostendekkendheid 2025 lijkbezorgingsrechten (x € 1.000) Bedrag
Kosten 722
Opbrengst heffingen 490
Kostendekkendheid 67,8%

Kostendekkendheid Burgerlijke stand en documentverstrekkingen
Bij het opstellen van de begroting 2025 gaan wij voor de tarieven uit van de belastingverordening 2024. Eind 2024 publiceert het Rijk de maximale tarieven voor onder andere reisdocumenten en rijbewijzen. Dit is meegenomen bij de definitieve vaststelling van de belastingverordening 2025.

Tabel LH.5.
Kostendekkendheid 2025 burgerlijke stand en documentverstrekkingen (x € 1.000) Bedrag
Kosten 2.700
Opbrengst heffingen 1.602
Kostendekkendheid 59,3%

Kostendekkendheid Omgevingsvergunningen
Het uitgangspunt voor de opbrengsten van de leges omgevingsvergunningen is de legesverordening die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. De kosten voor de leges omgevingsvergunningen zijn in 2025 gestegen door voornamelijk  indexatie van de loonsom. Door de invoering van de omgevingswet per 1 januari 2024 hebben we de manier van vergunningverlening veranderd. De komende jaren wijzigt dit nog verder door bijvoorbeeld de invoering van de Wet kwaliteitsborging. Jaarlijks verwerken we het effect hiervan in de begroting.

Tabel LH.6.
Kostendekkendheid 2025 omgevingsvergunningen (x € 1.000) Bedrag
Kosten 4.320
Opbrengst heffingen 2.135
Kostendekkendheid 49,4%

Lokale belastingdruk

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Lokale belastingdruk

De lokale belastingdruk is in 2025 ten opzichte van 2024 iets toegenomen. Deze stijging komt vooral door een verhoging van de tarieven met 3,1% door de inflatie. Voor de afvalstoffen en de rioolheffing was het tarief bijna kostendekkend (inkomsten en uitgaven zijn vrijwel even hoog). Door een recente uitspraak van de rechter hebben we de gemiddelde WOZ-waarde voor bejaardenappartementen verlaagd. De cijfers in de tabel hieronder zijn gelijk aan cijfers in de Belastingverordeningen 2025.

Tabel LH.7.
Lokale belastingdruk (x € 1) 2024 2025
Gemiddelde WOZ – waarde 401.000 440.700
OZB – eigenarendeel 364,79 376,02
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) 410,68 463,65
Rioolheffing (tot 150 m3) 280,22 290,02
Ontwikkeling lastendruk 1.055,69 1.129,69
% stijging t.o.v. voorgaande jaar 11,41% 7,00%

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Bij de uitvoering van haar taken loopt de gemeente risico’s. Risico’s zijn niet te vermijden en kunnen impact hebben op het halen van de doelen van de gemeente. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente risico’s die optreden kan opvangen. 

De paragraaf bevat drie onderdelen: de risico's, het weerstandsvermogen en de financiële kengetallen. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente niet-begrote kosten die volgen uit risico’s die optreden kan opvangen. De relatie tussen het geld dat nodig is om risico’s op te kunnen vangen en de daarvoor beschikbare middelen heet de ratio weerstandsvermogen. Met een gezond weerstandsvermogen kan de gemeente financiële tegenvallers opvangen zonder dat dit het behalen van de doelen direct in gevaar brengt. 

Uitgangspunten risicomanagement

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Uitgangspunten risicomanagement

De uitgangspunten voor het weerstandsvermogen en risicobeheersing staan in de Nota herziening risicomanagementbeleid Stichtse Vecht en in de Beleidsnotitie Algemene reserve. In deze nota’s staat onder andere wat we onder een risico verstaan. Ook hebben we opgenomen hoe we omgaan met risico’s, wat het weerstandsvermogen en de ratio weerstandsvermogen zijn en hoe we deze bepalen. In deze paragraaf beschrijven we de grootste risico’s en het weerstandsvermogen volgens de richtlijnen uit de genoemde notities.

Het huidige risicomanagementbeleid omschrijft een risico als ‘een onzekere gebeurtenis die een effect kan hebben op het behalen van de doelstellingen van de gemeente’. De organisatie beoordeelt risico's op een consequente manier met een risicomanagement-informatiesysteem. Door inzicht in deze risico’s kan de gemeente maatregelen nemen om nadelige gevolgen van deze risico’s te verkleinen. 

Twee keer per jaar actualiseren wij de geïnventariseerde risico’s in totaliteit. Voor het actualiseren van de risico’s bij de Jaarrekening 2025 gebruiken we het laatst vastgestelde risicobeeld uit de Begroting 2026. De uitkomst van de risico-inventarisatie gebruikt de gemeente vervolgens voor het vaststellen van het weerstandsvermogen. Voor het weerstandsvermogen zijn de risico’s relevant die we niet op een andere manier kunnen opvangen en die grote financiële gevolgen hebben.

Eind 2024 heeft de Rekenkamer van de gemeente Stichtse Vecht een rapport met aanbevelingen voor het risicomanagement uitgebracht. In 2025 is de concerncontroller het project Actualiseren Risicomanagement gestart. Daarvoor zijn de aanbevelingen van de Rekenkamer en de ambitie van het college de basis. Een nieuwe nota risicomanagementbeleid is één van de producten van dit project. De verwachte doorlooptijd van het project is van september 2025 tot en met juli 2026.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

De financiële middelen die de gemeente heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen, noemen we het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is bedoeld voor risico's waarvoor we geen of onvoldoende maatregelen om financiële risico’s te beperken hebben of kunnen treffen. Het gaat dan om risico’s die van betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeente. Het weerstandsvermogen bestaat bij de gemeente Stichtse Vecht uit de Algemene reserve (AR). De AR heeft 3 schijven:

  • Schijf 1: het minimale bedrag dat nodig is om de bekende risico’s op te vangen;
  • Schijf 2: het deel van de AR voor het opvangen van bijvoorbeeld calamiteiten of een negatief rekeningsaldo;
  • Schijf 3: de vrije ruimte in de AR als de AR hoger is dan de raad heeft vastgesteld. Schijf 3 kan worden gebruikt voor nieuwe beleidskeuzes. 

De verhouding tussen het beschikbare en het benodigde geld om risico’s op te vangen bepaalt de ratio weerstandsvermogen. Voor de ratio weerstandsvermogen heeft de raad een norm bepaald. Deze norm geeft aan dat de ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 (ruim voldoende) moet liggen. 

Voor het opvangen van risico’s uit grondexploitaties geldt een ander regime. Voor die risico’s geldt de Algemene reserve grondexploitaties als eerste weerstandscapaciteit. Pas daarna spreken we de AR aan. Risico’s uit grondexploitaties actualiseren we jaarlijks bij de jaarrekening met een aparte risicoanalyse. De hoofdlijnen voor de grondexploitaties hebben we opgenomen in de paragraaf Grondbeleid. 

Terugblik grootste risicogebieden jaarrekening 2025

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Terugblik grootste risicogebieden jaarrekening 2025

We actualiseren de bij de jaarrekening risico's. Maar ook blikken we in de jaarrekening kort terug op de in de Begroting 2025 opgenomen risico’s van de grootste risicogebieden. Het gaat om de volgende risico’s:

1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringrisico’s
In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste risico’s op dit onderdeel waren:

Gijzeling van informatie of systemen
Het beschermen en beveiligen van systemen en gegevens, vooral persoonsgegevens, is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat dan bijvoorbeeld om een hack of ransomware. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. Het gaat om gedrag van medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Denk aan de implementatie van Siem Soc in 2024 (security operations center, security information & event management), het jaarlijkse onderzoek naar kwetsbaarheden (penetratietesten), de continuïteitstest of bewustwordingscampagnes voor medewerkers. In 2025 meldden medewerkers van de gemeente 91x een spam- of phishingmail. Dit aantal was fors lager dan in 2024 (132x). Dit komt met name door de nieuwe spamfilter die we sinds 31 januari 2025 gebruiken. Bovendien zijn medewerkers zich meer bewust van verdachte e-mails, waardoor ze deze direct verwijderen en niet meer melden. Voor verdere informatie over informatieveiligheid en gegevensbescherming verwijzen wij naar de paragraaf Bedrijfsvoering.

Aansprakelijkstelling/ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven
De gemeente is voor veel situaties verzekerd. Voor onvoorziene situaties, situaties waarvoor we niet verzekerd zijn en/of extra kosten voor een juridische procedure hebben we een bedrag in de risico-inventarisatie opgenomen.

Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening
Het verzuim blijft bij ons relatief hoog, net zoals landelijk. Dat heeft invloed heeft op de weerbaarheid van de organisatie en zet de continuïteit onder druk. Wij nemen verschillende maatregelen om verzuim te voorkomen, zoals activiteiten voor doelgroepen en handelen we pro-actief.

Ook blijft het verbeteren van de instroom van medewerkers een belangrijk punt om de dienstverlening te garanderen. Dit terwijl de organisatie per 1 januari 2026 is heringericht en de arbeidsmarkt krap is. Deze herinrichting leidt tot kleinere teams en meer ruimte voor integrale sturing. Daarnaast verschoof de inhoudelijke verantwoordelijkheid van directeur naar manager. Voor een goede invulling van de rollen bieden we dit jaar verschillende trainingen en begeleiding aan. Ook verbeteren wij het proces voor bestuurlijke en interne besluitvorming verder.

2. Programma Fysiek

De Heul - Vervangende locatie flexwoningen en Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF)

De Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF) is voor investeerders (zoals een woningcorporatie) in nieuwe flexwoningen. Dit zijn woningen die verhuurd worden als sociale huurwoning of die tijdelijk ingezet worden voor de opvang van ontheemden.  Het vinden van een locatie voor flexwoningen is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Ook na de eerste tijdelijke periode (in dit geval 15 jaar). Als de gemeente hieraan niet voldoet, moet zij 50% van de restwaarde van de woningen vergoeden. De andere 50% komt voor rekening van de investeerder. Om een deel van dit financiële risico op te vangen kan de investeerder de RTHF aanvragen. De RTHF biedt hulp bij herplaatsing van woningen na de eerste tijdelijke periode (in dit geval 15 jaar). Als herplaatsing toch niet lukt, volgt financiële ondersteuning (subsidie) voor de restwaarde van de flexwoning bij verkoop. De subsidie bedraagt 60% van de restwaarde. De woningcorporatie draagt 15% en de gemeente moet 25% van de restwaarde vergoeden.

Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen)
In 2023 was er een weginspectie. Daaruit bleek dat de onderhoudsachterstand te hoog is. In 2025 hebben we een nieuwe inspectie laten uitvoeren en zijn we begonnen met een nieuw Wegbeheerplan. Helaas liep dit vertraging op door onduidelijkheden in de data ten opzichte van de gegevens van 2023. Daardoor hebben wij het Wegbeheerplan niet in 2025 afgerond.

Meer informatie over de wegen die de gemeente moet onderhouden staat in Programma 3 Fysiek en de Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen.

Kunstwerken (met name bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken
Het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen beperkt de doorstroming. Dat zorgt ervoor dat kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar zijn. De gemeente heeft in 2024 en 2025 geïnventariseerd wat de status van de bruggen is. Op basis van de uitkomsten zijn we gestart met het voorbereiden van het aanbesteden en met het plannen van de reparatie/vervanging van bruggen waar dit nodig is.

3. Programma Sociaal
Toename beroep op gemeentelijke Wmo-voorzieningen
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is dat inwoners zo lang mogelijk thuis wonen en deelnemen aan de maatschappij. De toenemende vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maakt dat meer mensen een beroep op (Wmo-)voorzieningen doen. We sturen op het versterken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. Tegelijkertijd geven we zorgaanbieders meer ruimte om te doen wat nodig is. Daarnaast kijken we naar het gebruik van de Wmo. Daarin werken we nauw samen met de partijen die hulp en ondersteuning bieden. Het aantal cliënten dat van Wmo-voorzieningen gebruik maakte was in 2025 stabiel. Dit aantal was licht hoger dan het gemiddelde aantal van 2024. De kosten voor Wmo-voorzieningen bleven in 2025 binnen de begroting.

Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur) en/of bijstelling van het macrobudget Buig
Bijstand is een open einde regeling. Mensen krijgen hulp als ze voldoen aan de regels, ook als het budget op is. Meer aanvragen voor bijstand leiden tot hogere uitkeringslasten. Om de uitkeringen te bekostigen krijgt de gemeente van het Rijk geld uit het macrobudget BUIG (een gebundelde uitkering voor verschillende soorten inkomensvoorzieningen die de gemeente verstrekt aan inwoners). Als het budget van het Rijk verandert, krijgt de gemeente meer of minder geld dan wij begroot hadden. Om ons financiële risico te verkleinen zetten wij onder andere in op gerichte acties, zoals voorliggende voorzieningen, doorverwijzen naar andere organisaties, afspraken met bedrijven om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te geven en activiteiten om te voorkomen dat meer mensen hulp nodig hebben. Ook kan de overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget gecompenseerd worden door het Rijk. In 2025 hadden wij een positief resultaat op de BUIG-uitkeringen.  

Risicoprofiel

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risicoprofiel

Op basis van de actualisatie bij de jaarrekening is een risicoprofiel opgesteld.

De inventarisatie voor de jaarrekening 2025 geeft 48 risico’s. Het maximaal ingeschatte financiële gevolg is € 33,9 miljoen. In het overzicht onder de tekst staan deze risico’s. Om te bepalen hoeveel geld we nodig hebben om risico’s op te vangen, hebben we een simulatie uitgevoerd met de risico’s die we in kaart hebben gebracht. Dat doen we omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 33,9 miljoen als buffer niet wenselijk is. Ook is het niet waarschijnlijk dat de risico’s zich allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voordoen. 

Bij de simulatie rekenen we met een zekerheidspercentage van 90%. Dit betekent dat we voor de risico’s die we hebben vastgesteld het voor 90% zeker is dat we deze met een weerstandsvermogen van € 8,1 miljoen kunnen opvangen. 

Voor grondexploitaties maken we een aparte berekening van de risico’s. Het deel van de risico’s dat we niet met de Algemene reserve grondexploitaties kunnen opvangen als ze zich voordoen tellen we mee bij de risico’s van de hele gemeente. De berekening van maart 2026 laat zien dat we voor grondexploitaties € 2,9 miljoen nodig hebben om risico’s op te vangen. In de Algemene reserve grondexploitaties zit hiervoor € 0,2 miljoen. Het resterende bedrag van € 2,7 miljoen nemen we mee in het weerstandsvermogen en moet worden opgevangen met de algemene reserve van de gemeente. In totaal heeft de gemeente daarmee € 10,8 miljoen nodig om de risico’s op te vangen.

Ratio weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Ratio weerstandsvermogen

Het geld dat de gemeente heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen als ze optreden is de Algemene Reserve (AR). De Beleidsnotitie Algemene reserve geeft aan dat de AR drie schijven kent  die bepalen hoe we de AR kunnen inzetten. Schijf 1 en 2 (voor het opvangen van de risico’s, calamiteiten, tegenvallers bij bezuinigingen en tekorten op de rekening) vormen de weerstandscapaciteit van de gemeente. De ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) die de raad heeft vastgesteld, bepaalt hoe groot de weerstandscapaciteit moet zijn. Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 10,8 miljoen geeft dit het volgende beeld:

Tabel WR.1.
Weerstandscapaciteit (bedragen * € 1.000)
Schijf 1: minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x € 10,8 mln) € 15.120
Schijf 2: deel voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo (0,6 x € 10,8 mln) € 6.480
Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 10,8 mln) € 21.600

De omvang van de Algemene reserve is eind 2025 € 17,5 mln. De AR is daarmee ca. € 2,4 mln. boven de minimumnorm voor de weerstandscapaciteit. Bij de Jaarrekening 2025 stellen we dit bedrag bij met het eindresultaat van 2025.

De ratio weerstandsvermogen, de verhouding tussen de beschikbare en benodigde vermogen om risico’s op te vangen, is:
Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandcapaciteit = € 17,5 mln / € 10,8 mln = 1,6

Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Begroting 2026 is de ratio weerstandsvermogen verbeterd (van 1,2 naar 1,6). Deze toename hangt samen met de toename van de Algemene reserve ten opzichte van de Begroting 2026. Het ingeschatte financiële gevolg van deze risico's nam bij de Jaarrekening met 0,1 mln af.  De risico's (48) bleven ongeveer gelijk ten opzichte van de Begroting 2026 (47). De samenstelling van de risico's is wel gewijzigd. Nieuwe risico's kennen een andere inschatting van kans op optreden en gevolg dan de vervallen risico's. Verder is bij een aantal van de bestaande risico's de kwantitatieve inschatting (kans op optreden en/of de gevolg) bijgesteld. 

De ratio voldoet met 1,6 aan de door de raad vastgestelde norm (‘ruim voldoende’). Het weerstandsvermogen is echter geen statisch gegeven. Beleidsontwikkelingen, nieuwe projecten of besluiten beïnvloeden het risicoprofiel van de gemeente, waardoor het weerstandsvermogen aan fluctuaties onderhevig is. Risico's kunnen zich, ondanks het risicomanagement, altijd voordoen. Met het beschikbare weerstandsvermogen kent de gemeente, op dit moment, een voldoende weerstandscapaciteit om de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen. Gelet op ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande onzekerheden blijven wij het weerstandsvermogen wel nadrukkelijk volgen. 

Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen gebruiken we de risicomatrix van de Universiteit Twente. Volgens de schaalindeling van deze matrix vallen de ratio's bij de Jaarrekening 2025 in de categorie 'Ruim voldoende'.

Tabel WR.2.
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A >= 2.0 Uitstekend
B 1.4 < 2.0 Ruim voldoende
C 1.0 < 1.4 Voldoende
D 0.8 < 1.0 Matig
E 0.6 < 0.8 Onvoldoende
F < 0.6 Ruim onvoldoende

Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Jaarrekening 2025

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Totaaloverzicht geïnventariseerde risico's Jaarrekening 2025

In het overzicht staan de geïnventariseerde risico's per programma. VP staat voor verbonden partijen.

Tabel WR.3.
Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000) Ingeschatte kans op optreden Ingeschat financieel maximum
Programma 1 Bestuur
Gijzeling van informatie of systemen 70% 2.000.000
Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening 50% 1.000.000
Het overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 50% 1.000.000
Uitval ICT (Infrastructuur) 50% 1.000.000
Digitale informatie wordt niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen vernietigd 70% 500.000
Het niet hebben voldaan aan aanbestedingsregels door Stichtse Vecht of leveranciers 30% 1.000.000
Contractmanagement onvoldoende op orde 50% 500.000
Informatie is niet tijdig, kwalitatief conform (wettelijke/beleids) richtlijnen beschikbaar 50% 500.000
Ongewenste toegang tot panden 30% 500.000
VP: algemene risico's bij het uitvoeren van de begroting (druk op financiën) 30% 500.000
Het niet kunnen voldoen aan adequate monitoring wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging door onvoldoende middelen 50% 250.000
Niet realiseren van wettelijke termijnen 30% 250.000
Subtotaal 9.000.000
Risico's financiering en algemene dekkingsmiddelen
7.01 Fraude financiële transacties 30% 500.000
Totaal programma 1 9.500.000
Totaal programma 1 excl. Verbonden partijen (VP) 9.000.000
Tabel WR.4.
Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000) Ingeschatte kans op optreden Ingeschat financieel maximum
Programma 2 Veiligheid
Meer beroep op openbare orde en veiligheid bij langdurig en grootschalige crisissituaties 50% 1.000.000
VP: Het onjuist reageren op een crisissituatie (VRU) 30% 1.000.000
Ondermijning: aantreffen van misstanden waarbij directe actie noodzakelijk is, maar waar onze organisatie niet op ingericht is. 30% 250.000
Ondermijning: De gemeente mist, ondanks de toepassing van de Wet Bibob, signalen van ondermijning 30% 250.000
Er vindt een incident plaats door/met een persoon/personen met onbegrepen gedrag 30% 250.000
Totaal programma 2 2.750.000
Totaal programma 2 excl. Verbonden partijen (VP) 1.750.000
Tabel WR.5.
Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000) Ingeschatte kans op optreden Ingeschat financieel maximum
Programma 3 Fysiek
Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven 50% 2.000.000
Gebiedsfonds Ruimtekwartier 50% 900.000
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) 50% 1.000.000
Kunstwerken (m.n. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken 30% 1.500.000
Terugbetaling verkregen subsidie Uitkoopregeling voor woningen onder een hoogspanningsleiding bij niet tijdige wijziging bestemming 10% 2.052.000
Anterieure overeenkomsten worden onvoldoende nageleefd 20% 2.000.000
Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval 40% 300.000
Deformatie van TenneT masten 50% 300.000
Onderwijshuisvesting - Netcongestie - Scholen kunnen niet of gedeeltelijk aangesloten worden op het net 50% 250.000
Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW). 10% 500.000
Verontreiniging van oppervlaktewater 10% 250.000
Onderwijshuisvesting - Mogelijk budget nodig voor aanpassingen in de omgeving (verkeerstoename, extra parkeergelegenheid) om de scholen (veilig) te bereiken 10% 250.000
Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering 30% 50.000
Financiële garantie flexwoningen nvt 1.150.000
Totaal programma 3 12.502.000
Tabel WR.6.
Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000) Ingeschatte kans op optreden Ingeschat financieel maximum
Programma 4 Sociaal
Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen (woningaanpassingen) 50% 1.000.000
Onvoorziene stijging jeugd- en WMO kosten als gevolg van open einde regeling 30% 1.000.000
Toename beroep op essentiële functies (YEP): ontbreken van voldoende en adequate (lokale) alternatieven 30% 500.000
Schuldhulpverlening door hogere kosten levensonderhoud 30% 400.000
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur), aantallen in zorgvraag en/of bijstelling van het macrobudget Buig 10% 1.000.000
Incidenten op gebied van jeugdhulp 30% 250.000
Door overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers wordt hulp gevraagd van de gemeente 30% 250.000
Gevolgen wijziging Participatiewet vanwege verbeteringen in o.a. de regeling loonkostensubsidie (uitvoeren breed offensief) 30% 250.000
De nieuwe toegang is niet volledig operationeel per 1-1-2027 10% 50.000
Totaal programma 4 4.700.000
Tabel WR.7.
Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000) Ingeschatte kans op optreden Ingeschat financieel maximum
Programma 5 Samenleving
Onveilige schoolgebouwen 30% 500.000
Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties 30% 250.000
Onvoldoende beschikbaarheid landelijke subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) 30% 200.000
Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs. 10% 250.000
Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken (buitensport) 10% 250.000
Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut 10% 250.000
Totaal programma 5 1.700.000
Tabel WR.8.
Risicogebeurtenis (bedragen x € 1.000) Ingeschatte kans op optreden Ingeschat financieel maximum
Grondexploitaties
Grondexploitaties (totaal) nvt 2.700.000
Totaal grondexploitatie gerelateerde risico's 2.700.000
NB. De omvang van de risico’s grondexploitatie komen voort uit een risicosimulatie. Deze tellen in het geheel mee bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit
Totaal geïnventariseerde risico's 33.852.000

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen

Wat betekenen deze getallen?

Voor de kritische signaalwaarden hebben we aansluiting gezocht bij de ‘Houdbaarheidstest gemeentefinanciën' van de VNG. Deze waarden geven aan of er sprake is van potentiële financiële stress op het betreffende gebied.

Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen)
De netto schuldquote weerspiegelt de schuldenlast (aflossing en rente) ten opzichte van de baten. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Wanneer de signaalwaarde hoger is dan 130%, dan is er een grote druk op de exploitatie door aflossing en rentelasten. Het is verstandig om al bij een netto schuldquote hoger dan 100% alert te zijn. 

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
Bij een netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen wordt de schuld van de gemeente gecorrigeerd met alle leningen die de gemeente heeft doorgeleend. De schuld die de gemeente zelf draagt, zonder risico's van derden, wordt dan afgezet tegenover de baten. De signaalwaarde hiervan bedraagt 120%. Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft de gemeente een erg hoge schuld. Het is verstandig om al bij een effectieve netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekkingen, hoger dan 90% alert te zijn.

Solvabiliteit
De solvabiliteit (eigen vermogen / vreemd vermogen) geeft inzicht in de mate waarin de gemeente op lange termijn haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteit is gedaald door de verwachte toename van het investeringsvolume en de daarmee benodigde aan te trekken geldleningen.

Grondexploitatie
De boekwaarde van de grondexploitaties moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Stichtse Vecht heeft een beperkte grondpositie.

Structurele exploitatieruimte
Dit cijfer is ter ondersteuning om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een negatief cijfer houdt in dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

Belastingcapaciteit
Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde en wat de onbenutte belastingcapaciteit is. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer (structurele) inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. De signaalwaarde is 120% en is gerelateerd aan artikel 12 van de financiële verhoudingswet.

Kengetallen Rekening Begroting Rekening Signaalwaarden
2024 2025 2025 Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuldquote 76% 104% 86% < 100% 100%-130% > 130%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) 75% 103% 85% < 90% 90%-120% > 120%
Solvabiliteitsratio 19% 13% 17% > 20% 0%-20% < 0%
Structurele exploitatieruimte 0,24% 0,56% 2,12% > 0% 0 < 0%
Grondexploitatie 1,19% -1,32% 1,44% < 20% 20%-35% > 35%
Belastingcapaciteit 109,79% 107,28% 107,28% < 95% 95%-120% > 120%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Voor het in stand houden van kapitaalgoederen op het afgesproken kwaliteitsniveau zijn langlopende investeringen en onderhoudsplannen nodig. Dit doen we door de toepassing van assetmanagement. Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, ofwel de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een systematische en gecoördineerde wijze van beheren. Het gaat hierbij vooral om de optimalisatie van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente. We richten ons op het beheer over de gehele levensduur en kijken verder dan wat goed is voor de objecten zelf. We kijken naar wat goed is voor de gemeente en nog belangrijker, wat goed is voor inwoner/de gebruiker.

Deze paragraaf bevat een toelichting op het beleidskader, kwaliteitsniveau, onderhoudsplan en de financiën van de volgende kapitaalgoederen:

  1. Wegen
  2. Civiele constructies
  3. Openbare verlichting
  4. Water en riolering
  5. Groen
  6. Speelterreinen
  7. Gebouwen
 

Beleids- en beheerplannen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Beleids- en beheerplannen
Tabel OK.1.
Kapitaalgoederen Beheer-/beleidsplan Looptijd plan Achterstallig onderhoud
Wegen  Beheerplan wegen 2021-2024 Nee *)
Civiele constructies  Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken 2021-2025 Nee *)
Openbare verlichting Beleidsplan Openbare verlichting 2020 2020-2024 Nee *)
Water en Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 Nee *)
Groen Bomenbeleid en structuurplan 2015-2035 Nee
Speelterreinen Beleidskader speelruimte en -voorzieningen 2014-2018 Nee *)
Gebouwen Nota Duurzaamheid; IVAB. 2020-2025 Nee
*) Achterstand in uitvoering ten opzichte van de planning

Kwaliteitsniveau openbare ruimte

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Kwaliteitsniveau openbare ruimte

Om de kwaliteit te beoordelen gebruiken we de Kwaliteitscatalogus van kennisorganisatie CROW. CROW onderscheidt vijf niveaus voor de technische kwaliteit van de openbare ruimte: A+, A, B, C en D. Kwaliteitsniveau A is een hoog niveau en kwaliteitsniveau D is een laag niveau met ook achterstanden. Onderdelen van de openbare ruimte met kwaliteitsniveau D moeten we snel weer op kwaliteit brengen.

Gemeente Stichtse Vecht gebruikt verschillende kwaliteitsniveaus, afhankelijk van de locatie. Voor wegen en groen hebben we het totaal (het areaal) van de gemeente Stichtse Vecht onderverdeeld in 3 deelgebieden. Voor kernen hebben we kwaliteitsniveau B vastgesteld en voor het buitengebied en industriegebieden is niveau C. 

Kerncijfers openbare ruimte

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Kerncijfers openbare ruimte

Een groot deel van de kapitaalgoederen zijn een onderdeel van de openbare ruimte van de gemeente. Onderstaande tabel geeft een beeld van de omvang van verschillende kapitaalgoederen in de openbare ruimte.

Tabel OK.2.
Kerncijfers openbare ruimte (bron: I-Asset) 2025
Wegvakonderdelen 3.215.056 m2
Bomen 38.158 st
Gazon 603.904 m2
Overig gras 1.278.703 m2
Haag 52.501 m2
Cultuurlijke beplanting 316.953 m2
Natuurlijke beplanting 393.705 m2
Stalen en betonnen bruggen 158 st
Houten bruggen 77 st
Beweegbare bruggen 19 st
Rioolputten 16.636 st
Vrijvervalleiding 367.634 m1
Mechanische leidingen 226.484 m1
Kolken 22.649 st
Openbare verlichting (masten en armaturen) 12.266 st
Verkeerslichten 16 st
Speelplaatsen 258 st
Speeltoestellen 1.066 st
Sportvoorzieningen 217 st
Ondergrondse containers 888 st
Afvalbakken 1.135 st
Banken 894 st
Picknicktafels 52 st

Wegen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen

Beleidskader
Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. Op basis van de resultaten uit de weginspectie wordt het onderhoudsplan herijkt. Indien uit deze herijking blijkt dat nieuwe of aanvullende investerings- en onderhoudsbudgetten nodig zijn, dan zal dit via een separaat voorstel aan de raad worden voorgelegd. In 2025 zijn de wegen voor het laatst geïnspecteerd. 

Kwaliteitsniveau
Er is een inhaalslag gemaakt in het groot onderhoud wegen (zie ook de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen), maar het gestreefde kwaliteitsniveau wordt nog niet behaald.

In 2025 hebben we onderhoud uitgevoerd aan de volgende wegen:

  • halfverharding paden sportpark de Heul te Loenen aan de Vecht;
  • asfalt Proostdijweg te Breukelen;
  • asfalt Amerlandseweg te Breukelen;
  • asfalt Laag-Nieuwkoop te Kockengen;
  • elementenverharding Maire Hofstedelaan te Maarssen-Dorp;
  • asfalt Haanweg te Nieuwer Ter Aa;
  • asfalt Vogelweg te Maarssenbroek;
  • asfalt Safariweg te Maarssenbroek.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting.  

In de jaarrekening 2024, conform het Raadsbesluit 17 december 2024, is de voorziening onderhoud wegen opgeheven. Op 13 mei 2025 is door de raad besloten om het groot onderhoud als vervangingsinvesteringen te gaan beschouwen per 1-1-2025. Afhankelijk van het type investering (toplaag asfalt, toplaag elementen, fundering) wordt een juiste afschrijvingstermijn toegepast. Dit wordt de componentenbenadering genoemd. De componentenbenadering hebben we vastgelegd in de Notitie Componentenmethode. We hebben een nieuwe weg hierbij opgedeeld in verschillende lagen (toplaag, tussen- en onderlaag en fundering). Wij schrijven deze lagen in verschillende periodes af (15, 30 of 60 jaar).

Tabel OK.3.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Onderhoudsbudget in exploitatie (klein onderhoud) 2.430 2.500

In 2025 waren de onderhoudsbudgetten éénmalig hoog in verband met de omzetting van de voorzieningenmethode naar de componentenmethode. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. 

Tabel OK.4.
Rompbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Wegen verharding elem. - asfalt onderlaag 4.500 4.817
Wegen asfalt - deklaag 1.500 3.450

Civiele constructies

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Civiele constructies

Beleidskader
Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door de raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zijn in 2022 de volgende assets geïnspecteerd:

  • verkeersbruggen;
  • beweegbare bruggen;
  • fietsbruggen;
  • voetgangersbruggen;
  • tunnels;
  • viaducten;
  • geluidschermen.

Speerpunt voor 2025 en 2026 is het in kaart brengen van de staat van de civiele kunstwerken en indien nodig het herijken van de beheer-/onderhoudsplannen.

Kwaliteitsniveau
De beheervisie van de gemeente Stichtse Vecht is dat bruggen, viaducten en andere civiele kunstwerken goed werken, veilig zijn en goed worden onderhouden. Zo voorkomen we dat ze sneller verslechteren en hun waarde verliezen. Daarnaast moeten bruggen, viaducten en andere civiele kunstwerken een uitstraling hebben die past bij de visie van de gemeente. Ook moeten we het beheer en onderhoud uitvoeren binnen het beschikbare budget. De kern van dit plan is dat we beheer en onderhoud niet meer ad hoc doen, maar op tijd en volgens een plan met aandacht voor risico’s.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Het groot onderhoud wordt gedekt door een reserve. De stortingen aan en onttrekkingen uit deze reserve zijn vastgelegd in het beheerplan en uitgewerkt in onderliggende uitvoeringsplanningen. Bij het opstellen van het nieuwe beheerplan zal ook een voorstel uitgewerkt worden voor de benodigde budgetten. De ramingen voor groot onderhoud in 2026 en 2027 zullen op basis van dat voorstel in de begroting verwerkt worden. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. 

Tabel OK.5.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Onderhoudsbudget in exploitatie 966 748
Budget groot onderhoud gedekt door reserve 0 0
Dotatie reserve 893 893

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskader
Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Sinds 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld en gegund. In 2023 zijn de eerste deelopdrachten verstrekt. In de jaren 2024 en 2025 is jaarlijks circa € 1 miljoen aan investeringen gerealiseerd om de masten en armaturen te vervangen. Hierbij worden de armaturen voorzien van energiezuinigere ledverlichting. 

Kwaliteitsniveau
In 2024 en 2025 hebben wij een inhaalslag gemaakt met het vervangen van de bestaande openbare verlichting door ledverlichting.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden.

Tabel OK.6.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Onderhoudsbudget in exploitatie 56 309

Water en riolering

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Water en riolering

Beleidskader 
Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat uitgewerkt in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP heeft een looptijd van 2022 tot en met 2026 en beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering. Ook de kosten van al deze facetten zijn hierin uitgewerkt. Gezamenlijk en risico-gestuurd werken spelen een belangrijke rol in het GRP en de uitvoering daarvan.

Kwaliteitsniveau
De riolering in de gemeente werkt over het algemeen goed. Als er problemen of schades waren, hebben we die hersteld. De riolering binnen de gemeente voldoet over het algemeen aan de eisen. Waar incidenten/gebreken zijn ontstaan, hebben we die hersteld. Dit gebeurt vaak zonder noemenswaardige hinder voor onze inwoners. Voorbeelden hiervan zijn: persleidingbreuk, spoelgaten bij kolken/putten, verstopte duikers, defecte pompputten.

Financiën 
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van het GRP in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Er wordt een 100% kostendekkend tarief gehanteerd, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening, waardoor het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven.

Tabel OK.7.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Onderhoudsbudget in exploitatie 455 1.332

Groen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Groen

Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen, gazons en andere velden in de openbare ruimte en ook de paden in parken. Ook de begraafplaatsen scharen we hieronder. Voor groenvoorzieningen en onkruid en zwerfvuil op verhardingen wordt onderhoudsniveau B in de kernen en onderhoudsniveau C buiten de kernen gehanteerd. Voor begraafplaatsen wordt onderhoudsniveau B gehanteerd. Bomen worden conform handboek bomen en de daaraan gekoppelde veiligheidsinspecties op beeld gehouden.
Het beleidskader wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Boombeleidsplan, de parkbeheerplannen, de landschapsontwikkelingsplannen en de regionale visie klimaatadaptie. 

In 2025 is nadruk gelegd op het reconstrueren van plantvakken en gewerkt aan het op peil brengen van het bomenbestand aan de vastgestelde kwaliteitseisen. De kleine achterstanden in de beplantingsvakken zijn grotendeels weggewerkt en binnen de beschikbare budgetten opgelost.

Kwaliteitsniveau
Naast het dagelijks en jaarlijks onderhoud om de plantvakken op het gewenste beeldniveau te houden, renoveren we elk jaar de plantvakken. Dit zijn plantvakken die niet meer voldoen aan de eisen. Daarin groeien doorgaans ongewenste plantsoorten en/of wortelonkruiden.

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Op basis van de aanbesteding in 2022 zijn in de begroting 2022 voor de periode 2022-2026 de exploitatiebudgetten herzien. Uit de ophanden zijnde herziening van de beleids- en beheerplannen volgt de komende jaren de herziening van de financiën. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden.

Tabel OK.8.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Onderhoudsbudget in exploitatie 2.910 3.001

Speelterreinen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Speelterreinen

Beleidskader
De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De uitwerking van dit plan vindt plaats in de kwaliteitskaarten spelen. In 2025 is het streefbeeld  kwaliteitskaarten spelen, binnen het eerder door de raad vastgestelde beleidskader, vastgesteld. In de kwaliteitskaarten wordt aandacht besteed aan het participatief inrichten van speelplekken met speeltoestellen en speelaanleidingen gericht op vergroening, natuur en klimaat.

Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Voor de speel- en sporttoestellen en valondergronden worden de normen van het WAS gehanteerd. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd.

Kwaliteitsniveau
We voerden reparaties aan speeltoestellen na inspecties op tijd uit. We vervingen verouderde speeltoestellen stap voor stap volgens het streefbeeld uit de ‘kwaliteitskaarten spelen’. Daarin staat een netwerk van speelplekken op verschillende plekken in de gemeente, met speelplekken met toestellen en plekken om vrij te spelen. Zo houden we een uitdagend en gevarieerd aanbod. We plaatsen daarbij geen losse toestellen. 

Financiën
Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. In 2026 zal een voorstel worden gedaan (kwaliteitskaarten spelen) om nieuwe investeringsbudgetten toe te kennen voor 2027-2030. 

Tabel OK.9.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Onderhoudsbudget in exploitatie 220 265

Gebouwen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beheerplannen vastgoed 
Het niveau waarop het vastgoed in stand gehouden wordt, is vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Het instrument  is gebaseerd op de Conditiemetingsmethodiek volgens NEN 2767. Het niveau waarop het onderhoud gemiddeld gehouden wordt, is vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve, publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, hanteert de gemeente Stichtse Vecht een gemiddeld conditieniveau 2: goed/ representatief.  

Beheerplan 2025/2026 
De meerjarenonderhoudsplannen voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille zijn begin 2025 herijkt. Hieruit blijkt dat er een hogere storting in de onderhoudsvoorziening nodig is. Hier is op dit moment geen ruimte voor. De raad heeft gekozen voor een tussentijdse oplossing om uitvoering te kunnen geven aan de nieuwe MJOP’s, met de huidige beschikbare financiële middelen. Binnen dit scenario wordt rust en tijd gecreëerd om een onderzoek uit te voeren naar de wijze waarop de structurele kostenverhoging voor de periode 2027-2036 verlaagd kan worden. Hierdoor kunnen we in 2025 en 2026 de nieuwe MJOP’s uitvoeren. We pakken alleen de grote onderhoudswerkzaamheden op die we niet kunnen doorschuiven naar 2027, denk hierbij aan het vervangen van installaties die op korte termijn vervangen moesten worden of die vanuit technische noodzaak of (bedrijfs-)continuïteit geoptimaliseerd of vervangen moesten worden. Zoals bij het Kikkerfort het geval is geweest.

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2025-2027
Het Uitvoeringsplan verduurzaming gemeentelijk vastgoed (vaststelling gemeenteraad 2021) is in 2025 in samenwerking met provincie Utrecht grotendeels herijkt. Een aantal verduurzamingstrajecten wordt in 2026 toegevoegd. Dit geldt voor de selectie van tweeëntwintig vastgoedobjecten uit de kernvoorraad. Ter uitvoering van verdere verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed is in 2025 gestart met het maken van een jaarplan, rekening houdend met onder andere inflatie, de verduurzamingsefficiency en de sturing/regie in de behoeftestelling. Hierbij zijn de koppelkansen met (onderhouds)-werkzaamheden en beleid in acht genomen. Dit jaarplan houdt ook, zoveel als mogelijk, rekening met toekomstige Nederlandse wetgeving, die dient ter implementatie van de Europese richtlijn EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive). Werkzaamheden, onder andere vervanging verlichting Goudestein en sporthal Kockengen, herstel en schoonmaak raam- en kozijnwerk van het GAK, konden niet wachten en zijn direct uitgevoerd.

Businesscase (project)  gemeentelijke huisvesting
De gemeente Stichtse Vecht staat voor een strategische keuze ten aanzien van haar toekomstige gemeentelijke huisvesting, die toekomstbestendig is inzake ruimtegebruik en financieel. In totaal zijn zeven scenario’s ontwikkeld en vastgesteld. Deze lopen uiteen van de huidige locaties tot volledige nieuwbouw op een nader te bepalen locatie. Onder andere is hiertoe een enquête onder inwoners gehouden. Onder het project gemeentelijke huisvesting vallen vier locaties te weten: Boom & Bosch en het Koetshuis (de raadszaal) in Breukelen en het Gemeentelijk administratie kantoor en Goudestein in Maarssen-Dorp. In 2025 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om vier scenario’s verder uit te werken en nader onderzoek te verrichten.

Portefeuilleplan 
We streven naar een compacte en strategisch waardevolle vastgoedportefeuille die bijdraagt aan onze maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Om richting te geven aan deze ambitie is in november 2020 de Vastgoednota vastgesteld. Als onderdeel hiervan is ook een portefeuilleplan opgesteld waarbij het vastgoedperspectief per object is vastgesteld. In 2025 is een amendement door de raad aangenomen om het portefeuilleplan voor 2025 niet vast te stellen maar deze separaat aan te bieden aan de gemeenteraad waarbij het toekomstperspectief per object wordt vastgesteld.  De voorbereidingen zijn hiervoor gestart.  

Overdracht exploitatie sportaccommodaties
Per 1 januari 2025 heeft SRO Stichtse Vecht de exploitatie van een groot deel van de binnensportaccommodaties overgenomen. Het onderbrengen bij één partij zorgt voor diverse voordelen waaronder: de harmonisatie van de exploitatie van deze accommodaties, een efficiëntere exploitatie, één sportloket voor verenigingen, gebruikers en inwoners en een betere dienstverlening. Met het overnemen van het beheer is SRO verantwoordelijk voor het dagelijkse onderhoud. Vanuit de MJOP’s word het overige onderhoud in kaart gebracht. Voor het preventieve en groot onderhoud wordt vanuit het MJOP budget beschikbaar gesteld. De uitvoering van het preventief onderhoud wordt ook uitgevoerd door SRO.

Dorpshuizenbeleid 
In 2020 is de strategische koers dorpshuizenbeleid vastgesteld. Onderdeel van het dorpshuizenbeleid is dat de dorpshuizen en wijkcentra om niet in gebruik gegeven worden en de exploitatiesubsidies stoppen. Ieder dorpshuis of wijkcentrum ontvangt een basissubsidie. De gemeente draagt haar eigen onderhoudsbudgetten voor groot onderhoud over aan de dorpshuizen en wijkcentra aan de hand van een jaarplan voor het onderhoud van komend jaar. Aan het einde van het jaar vindt er een controle plaats op de werkzaamheden. Hiermee zijn de dorpshuizen en wijkcentra zelf verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van het onderhoud.

Tabel OK.10.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Begroting 2025 Realisatie 2025
Budget onderhoud in voorziening 3.027 1.281

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

De paragraaf Financiering biedt een overzicht van de geldstromen, de omvang van langlopende leningen en de wettelijke normen voor risicobeheersing. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). We hebben dat vertaald in het 'Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020'.

De Wet fido stelt twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen:

  • Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties  zijn alleen toegestaan ten goede van de publieke taak;
  • Het uitzetten van tijdelijk overtollig geld is niet gericht op het krijgen van extra inkomsten.

Financieringspositie

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringspositie

Om de financieringspositie inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning (een planning van wanneer geld binnenkomt en wanneer we geld uitgeven). Deze planning hebben we regelmatig bijgesteld.

Op basis van deze planning bepalen we wanneer we een lening moeten aantrekken.

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Financiering - Leningenportefeuille

In 2025 hebben we twee langlopende geldleningen aangetrokken en twee langlopende geldleningen afgelost. Per 31 december 2025 is de leningportefeuille opgebouwd uit 15 langlopende geldleningen. De totale restschuld is € 166 miljoen.

Tabel F.1.
Leningportefeuille (bedragen* € 1.000) Bedrag
Leningportefeuille per 31 december 2024 127.388
Aflossingen 2025 -31.538
Nieuw aangetrokken leningen 2025 70.000
Leningportefeuille per 31 december 2025 165.850

Beleggingen

Terug naar navigatie - Financiering - Beleggingen

De ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht decentrale overheden om overtollig geld te beleggen in de schatkist van het Rijk. Voor elke gemeente geldt een drempel, voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op (afgerond) € 4,5 miljoen.

Renteschema 2025

Terug naar navigatie - Financiering - Renteschema 2025
Tabel F.2.
Renteschema (bedragen * € 1.000) Bedrag
Externe rentelasten over korte en lange financiering 4.033
Af: externe rentebaten -439
Totaal door te rekenen externe rente 3.594
Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -63
Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties -
Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties -
Bij: rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves) -
Bij: rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) -
Bij: aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead) 3.531
Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag) -3.062
Renteresultaat 469

Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Financiering - Risicobeheersing

In de Wet fido staan regels om de risico’s bij lenen en beleggen van geld te beperken. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel kortlopend geld (looptijd tot 1 jaar) we maximaal mogen lenen. Dit voorkomt dat rentestijgingen te veel invloed hebben op de begroting. De limiet is 8,5% van het begrotingstotaal.

Tabel F.3.
Kasgeldlimiet 2025 (bedragen * € 1.000) 1e kw. 2e kw. 3e kw. 4e kw.
Omvang begroting na wijziging 222.769 222.769 222.769 222.769
Grondslagpercentage 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
Toegestane kasgeldlimiet 18.935 18.935 18.935 18.935
Kas- en banksaldi -586 -5 205 486
Kortlopende financiering: kasgeldleningen o/g -25.000 -20.000 - -
Kortlopende uitzettingen: schatkistbankieren (SKB) 8.683 12.212 17.704 10.820
Kortlopende uitzettingen: decentrale overheden - - - -
Ruimte binnen kasgeldlimiet 2.032 11.143 36.844 30.242

Renterisiconorm
De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm zorgt ervoor dat leningen zo worden verdeeld dat het risico van hogere rentes bij nieuwe of verlengde leningen beperkt blijft.

Tabel F.4.
Renterisiconorm 2025 (bedragen * € 1.000) Bedrag
A Renterisiconorm (20% begrotingstotaal) 44.554
B Renterisico (aflossingen + renteherzieningen) 31.538
(A-B) Ruimte binnen renterisiconorm 13.016

Bedrijfsvoering

Regulier

Inleiding

Terug naar navigatie - Regulier - Inleiding

In 2025 hebben we verder gewerkt aan een slagvaardige, betrouwbare en transparante organisatie.

We hebben in 2025 de nieuwe inrichting van de organisatie voorbereid. Deze is 1 januari 2026 gestart. Jaarlijks werken we met organisatiedoelen aan de verdere ontwikkeling van de gehele organisatie. De vier hoofddoelen waren: Dienstverlening, Koesteren en waarderen, Solide organisatie en Bestuurlijke opgaven. Vanuit bedrijfsvoering dragen we bij aan deze vier hoofddoelen.

Dit alles vraagt om een goed werkende bedrijfsvoering die zowel de medewerkers als de organisatie effectief ondersteunt bij het uitvoeren van haar taken. Daarbij is gelet op dat de bedrijfsvoering blijft aansluiten bij ontwikkelingen in de markt en bij de veranderende eisen en verwachtingen van de samenleving. In onderstaande paragrafen wordt toegelicht over hoe hier invulling aan is gegeven.

Opleidingsprogramma

Terug naar navigatie - Regulier - Opleidingsprogramma

In 2025 onderzochten wij hoe het samenspel tussen de ambtelijke organisatie en bestuur sterker kan. Managers en adviseurs willen hun rol daarin verder ontwikkelen. Daarom kochten wij in 2025 de training politiek- bestuurlijke sensitiviteit in. Deze training start in 2026.

Daarnaast verbeterden wij onze manier van leren en evalueren. Teams bespreken ervaringen uit hun werk en passen hun werkwijze aan. Ook startten wij in 2025 het programma Persoonlijk Leiderschap.

Door deze acties verhogen wij de kwaliteit van advisering. Managers en adviseurs nemen duidelijker positie in. Medewerkers tonen meer eigenaarschap in hun werk. Dat draagt bij aan een sterke organisatie die voorbereid is op komende bestuurlijke en maatschappelijke opgaven.

Human Resources

Terug naar navigatie - Regulier - Human Resources

In 2025 hebben we verdere stappen gezet om het welzijn en de inzetbaarheid van medewerkers te vergroten.

Focus op vervullen vacatures
Het invullen van vacatures verliep voorspoedig, vacatures zijn voor ruim 85% ingevuld. De geïntegreerde aanpak van arbeidsmarktcommunicatie blijkt effectief en draagt zichtbaar bij aan succes. Wel hebben we nog te maken met moeilijk vervulbare vacatures bijvoorbeeld voor beheer openbare ruimte, projectleiders civiele techniek en inkoop.

Investeren in een veilig werkklimaat
Een veilig werkklimaat is essentieel voor het welzijn van medewerkers. In 2025 is dit niet via een formeel programma, maar via voorbeeldgedrag, interventies en andere initiatieven versterkt. Dit is terug te zien in een afname van het aantal contacten met de vertrouwenspersonen. Maar ook in de verhoging van de eNPS score met 7 punten, van 42 in 2024 naar 49 in 2025.  eNPS is een manier om te meten hoe tevreden medewerkers zijn met hun werkgever. Hoe hoger de positieve eNPS, hoe meer medewerkers Stichtse Vecht als organisatie bij anderen aanbevelen. Zo werken we aan een positieve, inclusieve werkcultuur, gebaseerd op de kernwaarden Respectvol, Open en Lef.

Snellere werkhervatting door gerichte interventies
Door de providerboog – een overzicht van beschikbare interventies – actief onder de aandacht te brengen, is het bewustzijn bij management en medewerkers gegroeid. In de tweede helft van 2025 verwees de bedrijfsarts eerder naar interventies, wat bijdroeg aan snellere werkhervatting. Daarnaast is gericht ingezet op de twee groepen met het meeste verzuim: vrouwen van 40-60 jaar en young professionals. Deze focuspunten zullen ook in 2026 terugkomen, om het verzuim te verlagen.

E-HRM: verfijning en selfservice
Na de transitie naar e-HRM in 2024 zijn in 2025 verdere stappen gezet in het automatiseren en digitaliseren van HR-werkprocessen. Het gebruiksgemak voor medewerkers is merkbaar verbeterd en veel processen verlopen nu efficiënter en meer geautomatiseerd. Tegelijkertijd is duidelijk dat er op het gebied van business intelligence nog volop kansen liggen. 

Door deze aanpak werken we aan het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers. Met als gevolg dat het primaire proces van onze organisatie wordt versterkt. 

Loon organisatie

Terug naar navigatie - Regulier - Loon organisatie

De loonsom/personeelslasten zijn € 863.000 lager dan begroot. Grootste oorzaak hiervan zijn de inkomsten vanuit UWV-gelden i.v.m. de ziektewet, zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen (WAZO), deze inkomsten zijn in 2025 niet begroot. Vanaf 2026 hebben we deze inkomsten wel begroot.
De inhuur binnen de loonsom wordt opgevangen door het verschil tussen de begrote en de werkelijke loonsom. Onder inhuur binnen de loonsom wordt verstaan: inhuur ter vervanging van ziekte, inhuur bij vacatures en inhuur voor extra capaciteit.

Het inhuurpercentage binnen de loonsom bleef het hele jaar vrijwel gelijk. Om dit percentage te verlagen heeft de directie in oktober 2024 de inhuurkaders vastgesteld. De verwachting was dat het percentage in 2025 zou dalen, maar mede door een hoger verzuimpercentage is dit uiteindelijk zo goed als gelijk gebleven. Zoals dit vorig jaar ook is gemeld, is het niet realistisch om de inhuur binnen de loonsom onder de 10% te krijgen. Vanuit de landelijke personeelsmonitor 2024 ligt het gemiddelde voor onze gemeentegrootte op 20%.

Tabel B.1.
Specificatie Loonsom/personeelslasten 2025 (bedragen * € 1.000) Begroot Werkelijk
Loonsom organisatie -44.246 -34.040
Loonsom overig -6.115 -6.055
Indirecte personeelslasten -873 -804
Inhuur ten laste van de loonsom 0 -10.145
Inkomsten 0 674
Totaal Loonsom\personeelslasten -51.234 -50.371
Toerekening personeelslasten per programma 2025 (bedragen * € 1.000) Begroot Werkelijk
Programma 1 -23.765 -20.561
Programma 2 -1.505 -1.774
Programma 3 -11.925 -13.147
Programma 4 -11.297 -12.034
Programma 5 -2.741 -2.854
Totaal toegerekende personeelslasten -51.234 -50.371

-

Tabel B.2.
Effect- en prestatie-indicatoren P/E Bron B2025 R2025
Formatie per 1.000 inwoners P SV 7,1 7,1
Bezetting per 1.000 inwoners P SV 6,2 6,9
Apparaatskosten per inwoner P SV 397,86 429,4
Kosten externe inhuur als % van totale loonsom P SV <10% 19,8%
Totale kosten inhuur externen* P SV 1.379 5.668
* Dit betreft het totaalbedrag van alle specifieke inhuur(budgetten), buiten de loonsom als toegelicht in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Indien de inhuur leidt tot een overschrijding op taakveldniveau is deze toegelicht bij de analyse van de overige lasten bij de programma's.

Inhuur buiten de loonsom
De inhuur buiten de loonsom hebben we in de jaarrekening verantwoord onder de overige lasten. In de volgende tabel hebben we zowel de overige lasten als de inhuur buiten de loonsom per programma weergegeven.

Tabel B.3.
Bedragen * € 1.000 Analyse overige lasten Inhuur buiten loonsom
Prog nr. Begroot Werkelijk Verschil Begroot Werkelijk Verschil
1. Bestuur -16.457 -23.046 -6.589 366 1.834 1.468
2. Veiligheid -6.276 -5.506 770 28 91 63
3. Fysiek -34.623 -35.283 -660 790 2.073 1.283
4. Sociaal -61.568 -73.621 -12.053 139 1.548 1.409
5. Samenleven -13.639 -15.405 -1.766 56 122 66
Totaal -132.563 -152.861 -20.298 1.379 5.668 4.289

De inhuur buiten de loonsom heeft ten opzichte van begroting een overschrijding van € 4,3 miljoen. In de financiële analyse bij de programma's bij het onderdeel overige lasten, hebben we de belangrijkste afwijkingen toegelicht. Deze toelichting geeft op taakveldniveau weer of er sprake is van een over- of onderschrijding. 

De voornaamste afwijkingen tussen realisatie en begroting voor inhuur buiten de loonsom zijn:

•    inhuur vanwege ‘informatiebeheer en informatieveiligheid’: € 0,8 miljoen (programma 1 ‘Bestuur’);
•    inhuur vanwege ‘implementatie nieuwe ICT infrastructuur’: € 0,6 miljoen (programma 1 ‘Bestuur’);
•    inhuur in verband met de regeling (specifieke uitkering) CDOKE : € 0,5 miljoen (programma 3 ‘Fysiek’). 
•    inhuur voor omgevingsvergunningen, omgevingswet en andere ontwikkelprojecten : € 0,5 miljoen (programma 3 ‘Fysiek’). 
•    inhuur in verband met de regeling voor opvang van Oekraïners: € 0,9 miljoen (programma 4 ’Sociaal’);
•    inhuur in verband met de regeling voor gedupeerden kinderopvangaffaire: € 0,3 miljoen (programma 4 ’Sociaal’);
•    diverse overige afwijkingen: € 0,7 miljoen.

Inkoop- en aanbesteding

Terug naar navigatie - Regulier - Inkoop- en aanbesteding

Doorontwikkeling inkoop

We hebben verder gewerkt aan het verbeteren van Inkoop binnen de hele organisatie. Het doel is om doelmatig en rechtmatig in te kopen en contracten beter te benutten. Daarom verbeteren we stap voor stap het inkoopproces. Zo willen we zorgen dat inkopen volgens de regels gebeurt. Het duurzaam verbeteren van de inkoopfunctie en het volledig rechtmatig maken van het inkoopproces kost meerdere jaren (in control statement).

Contractadministratie

Door de aanschaf van een nieuwe financiële applicatie hebben we de contractadministratie beter ingericht. Hierdoor hebben we meer inzicht op contracten, kunnen we ze beter volgen op looptijd en beter benutten. Hiermee kunnen we de rechtmatigheid van onze inkoopprocessen en contracten beter toetsen en volgen.

Bewustwording

Op basis van de inzichten uit de contractadministratie zijn er stappen gezet om in de hele organisatie het bewustzijn te vergroten. Het gaat erom dat iedereen het belang begrijpt van goede, kwalitatieve inkoop volgens de wet- en regelgeving.

Centraliseren

Voor wat betreft organisatie zijn er voorbereiding getroffen om van een decentrale contractbeheer en -managementfunctie naar een centrale afdeling en inkoopplanning te gaan met een regiefunctie voor het centrale inkoopteam. De samenwerking tussen verschillende rollen binnen inkoop en contractmanagement is geïntensiveerd.

Belangrijke speerpunten zijn geweest: invoeren van uniforme kaders en verantwoordelijkheden voor contract managers aan aangrenzende rollen, inrichten van gelijke processen en verbeteren van de invoer van bestellingen op contracten in de organisatie.

Informatisering en Automatisering

Terug naar navigatie - Regulier - Informatisering en Automatisering

ICT-infrastructuur en applicaties

In samenwerking met de in 2024 gecontracteerde managed services provider (MSP) is de ICT dienstverlening in 2025 samengevoegd bij één partij. Hierdoor zijn we beter in staat de dienstverlening en de veiligheid van ICT-infrastructuur en kantoorautomatisering te volgen. Daarnaast lopen we minder risico doordat er minder onderlinge onafhankelijkheden zijn. Op het gebied van slagvaardigheid heeft de organisatie het gebruik van Microsoft Teams doorontwikkeld. Hierdoor kunnen we beter en veiliger met elkaar samenwerken.

De verplaatsing van applicaties naar de cloud is verder uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is de financiële applicatie die in 2025 op basis van Software as a Service (afgekort: SaaS) is geïmplementeerd.

Procesinrichting
We hebben in 2025 verbeteringen doorgevoerd om ons contractmanagement en het ICT-beheer beter te inzichtelijk te maken. We werkten meer volgens een plan en kochten volgens de regels in. Zo hebben we risico’s verkleind.

Ook hebben we stappen gezet in informatie- en portfoliomanagement. Daardoor kunnen we steeds beter op strategisch niveau bepalen welke informatie en ICT de organisatie nodig heeft.

Datagedreven werken
Op het gebied van data hebben we moderne programmatuur en technieken ingezet zoals het datawarehouse. Dit wordt ingezet voor het inwinnen, verwerken en analyseren van data. We hebben een start gemaakt met het inrichten van het dataplatform, onder andere door de realisatie van diverse koppelingen. Dit zetten we in 2026 voort. We bieden steeds meer presentaties en dashboards aan de organisatie aan. Dit doen we om zowel de grip op de actuele werkzaamheden te verbeteren als de beleidsontwikkeling te ondersteunen. In 2025 hebben we onderzocht waar de organisatie meer kennis en kunde nodig heeft. Zo kunnen medewerkers data beter begrijpen en gebruiken in het werk. Hier geven wij in 2026 verder vervolg aan.

Informatiebeleid en -beheer

Terug naar navigatie - Regulier - Informatiebeleid en -beheer

Inzicht en overzicht
We hebben een actueel en logisch samenhangend overzicht van alle digitale en analoge informatie binnen de organisatie (zowel in centrale als in decentrale systemen) opgesteld. Dit is volgens de Archiefwet- en regelgeving. Het is van belang dat alle informatie onder deskundig beheer komt. Dit doen we om grip te houden op de informatiestromen binnen de gemeente.

Op het gebied van digitaal informatiebeheer zijn meerdere projecten uitgevoerd om informatie binnen de diverse applicaties van de gemeente te beheren volgens de geldende wetgeving.

In 2025 is ook de visie en ambitie op informatiebeheer nader uitgewerkt en is een uitvoeringsplan 2026-2029 opgesteld om deze te bereiken. De directie neemt hierover in het voorjaar van 2026 een besluit.

Raads- en griffie informatie
Voor de raads- en griffie informatie is in 2025 een audit uitgevoerd op het gebied van Informatiebeheer. Hierbij is de huidige en toekomstige situatie in kaart gebracht om daarmee te voldoen aan geldende wetgeving. In 2026 zullen de hieruit voortkomende verbeteringen in samenspraak met de griffie worden doorgevoerd.

In 2025 is het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) omgevormd tot een zelfstandige bedrijfsvoeringsorganisatie (conform Wgr). Vanaf 1 januari 2026 gaan zij verder onder de naam Regionaal Archief Noordwest Utrecht (RANU). 

Achterstanden
In 2025 is veel werk verricht in het wegwerken van achterstanden in de analoge archivering en digitale vernietiging. Het gaat om een meerjarenproject tot en met 2029. Dit project loopt volgens planning. De bouwvergunningen zijn eerder gedigitaliseerd dan gepland. Dit project wordt in 2026 afgerond. De inventarisatie van de gemeentearchieven van Breukelen en Maarssen over de periode 2000-2010 is volgens planning gestart. Tot slot is de planning voor het vernietigen van digitale zaken over de periode 2011-2022 gehaald.

Gegevensbescherming en informatiebeveiliging

Terug naar navigatie - Regulier - Gegevensbescherming en informatiebeveiliging

Informatiebeveiliging
Het afgelopen jaar zijn de digitale dreigingen wederom toegenomen. Informatiebeveiliging en gegevensbescherming wordt daarom steeds crucialer naarmate de digitalisering toeneemt. Op technisch en organisatorisch gebied zijn maatregelen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) opgestart, (deels) geïmplementeerd en/of uitgebreid om de digitale weerbaarheid te vergroten.

In het tweede kwartaal van 2026 treedt naar verwachting de Cyberbeveiligingswet (Cbw) in werking. Dit leidt tot extra verplichtingen voor de gemeente op het gebied van informatiebeveiliging. De invoering van deze wet was aanleiding voor de Rekenkamer van Stichtse Vecht om een onderzoek uit te voeren naar de informatieveiligheid binnen de gemeente. Hieruit is gebleken dat de gemeente nog niet helemaal voldoet aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO); het normenkader voor informatiebeveiliging. Daarnaast heeft de gemeente goed in beeld welke extra eisen de Cbw stelt.

Privacy
Op het gebied van privacy nemen we doorlopend stappen om te voldoen aan de eisen van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de WPG (Wet politiegegevens). Onze aanpak richtte zich op het vergroten van de bewustwording op het gebied van privacy en informatiebeveiliging binnen onze dagelijkse processen.

Dit bereikten we door:

  • bewustzijn te creëren en te onderhouden;
  • het uitvoeren van risicoanalyses (DPIA’s);
  • het aangaan van verwerkersovereenkomsten met leveranciers; 
  • het adequaat reageren op verzoeken van individuen (betrokkenen) m.b.t. het uitoefenen van hun rechten volgens de AVG;
  • het adequaat reageren op datalekken; 
  • het verstrekken van deskundig advies over privacy kwesties die binnen onze organisatie spelen;
  • het actueel houden van privacy beleid;
  • het actueel houden van het register van verwerkingen.

In 2025 had de gemeente 37 meldingen van vermoedelijke datalekken. Bij een datalek gaat het om toegang tot persoonsgegevens zonder dat dit mag of zonder dat dit de bedoeling is. Denk bijvoorbeeld aan een brief of een e-mail die bij een verkeerde ontvanger terecht komt of een verkeerd bijgevoegd document. Bij 9 meldingen moest de gemeente het datalek melden bij de Autoriteit Persoonsgegeven (AP). De gemeente moet een melding doen bij de AP als zij niet kan garanderen dat een datalek geen gevolgen heeft voor de personen waarvan persoonsgegevens in het datalek zaten. De aantallen in 2025 zijn gelijk aan 2024 en wijken nauwelijks af van 2023.

Verantwoording
We verantwoorden ons over  informatieveiligheid met de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Hiervoor voeren we een ENSIA-audit uit die zich op 2 onderdelen richt namelijk DigiD en Suwinet. Uit de ENSIA audit blijkt dat we voor DigiD voldoen aan alle geselecteerde normen voor informatiebeveiliging. Voor Suwinet (systeem dat overheden gebruiken voor de uitwisseling van gegevens) voldoen we niet aan alle geselecteerde normen voor informatiebeveiliging. Dit heeft zijn achtergrond in werkzaamheden binnen de Participatiewet die worden uitgevoerd door de gemeente Utrecht. Deze bevindingen zijn door Utrecht opgenomen in een verbeterplan en worden gemonitord. Om deze reden voldoet de gemeente Stichtse Vecht niet in haar ketenverantwoordelijk. (Voor Suwinet komt er een uitbreiding van de normen aan. Dit is nog niet verplicht maar dit hebben we al wel vrijwillig laten toetsen.) 

Onderzoeksprogramma

Terug naar navigatie - Regulier - Onderzoeksprogramma

Voor het leren en het verbeteren van werkwijzen heeft de gemeente Stichtse Vecht verschillende onderzoeken. Dit betreft onder andere:

  • bijzondere onderzoeken zoals rechtmatigheidsonderzoeken;
  • artikel 213a-onderzoeken naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van het beleid en de bedrijfsvoering;
  • overige audits, zoals de ENSIA, een periodieke IT-audit op de systemen en de jaarlijkse DigiD-audit.

Voor het onderzoeken gebruikt de gemeente de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Stichtse Vecht 2024. In de verordening staat de regelmaat en hoe het college over de voortgang en planning van onderzoeken rapporteert. De verordening gaat vooral over het doen van zelfonderzoek. Voor het uitvoeren van artikel 213a-onderzoeken is een jaarlijks budget beschikbaar. 

Bijzondere onderzoeken
In het interne controleplan 2025 waren naast de VIC’s (Verbijzonderde Interne Controle) de volgende audits gepland:

·                  Procesaudit update inkoopoptimalisatie
In 2025 voerden we een procesaudit uit op het proces 'inkopen, aanbesteden en contractmanagement'. Deze audit was opgenomen in het Intern Controleplan 2025 als vervolg op de audit 2024. Het doel van de audit was om de kwaliteit van het huidige proces te toetsen en op basis van de bevindingen concrete verbeteringen aan te dragen. Op 9 december 2025 is de rapportage met de proceseigenaar besproken en daarna met direct betrokkenen gedeeld.

·                  Audit Projectmatig werken
De werkzaamheden voor de audit projectmatig werken, zoals dossieronderzoek, zijn voorbereid. Deze audit vindt plaats in 2026.

Artikel 213a onderzoeken
Er zijn in 2025 geen onderzoeken uitgevoerd.

Overige audits
Doorlopend controleren, monitoren en testen we gerelateerd aan een IT-audit en op het gebied van bewustzijn voor informatiebeveiliging en privacy. In 2025 vond de vierjaarlijkse audit voor het omgaan met politiegegevens plaats. Deze audit is verplicht vanuit de Wet politiegegevens (Wpg). Uit de audit blijkt dat de gemeente niet voldoet aan alle normen van de Wpg. Dit beeld komt overeen met het gemiddelde beeld dat landelijk en in de regio uit de audit komt. Wij stellen in 2026 een verbeterplan op waarin we de aanbevelingen uit de audit meenemen. Daarnaast voerden wij in 2025 de jaarlijkse ENSIA Audit voor DigiD en Suwinet uit., zoals bij het onderdeel Gegevensbescherming en Informatiebeveiliging staat beschreven.

Overheadskosten

Terug naar navigatie - Regulier - Overheadskosten
Tabel B.4.
Overheadkosten 2025 (bedragen * € 1.000) Begroting 2025 na wijziging Rekening 2025 Saldo 2025
Bedrijfsvoering
Bestuurlijke en Juridische zaken -722 -1.249 -527
Data en Informatiemanagement -5.309 -6.408 -1.099
Financiën en Control -352 -631 -280
Huisvesting organisatie -936 -1.073 -137
Interne Dienstverlening -750 -812 -62
Mens en Organisatie -1.541 -2.241 -701
Totaal bedrijfsvoering -9.609 -12.415 -2.805
Personeelslasten
(Inhuur) Loonsom overhead -18.618 -15.053 3.565
Indirecte personeelslasten -768 -680 88
Totaal personeelslasten -19.386 -15.732 3.653
Eindtotaal -28.995 -28.147 848

Toelichting rechtmatigheidsverantwoording

Inleiding

Terug naar navigatie - Toelichting rechtmatigheidsverantwoording - Inleiding

Sinds 2023 neemt het college van B&W een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Hiermee legt het college verantwoording af over de naleving van regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. Op basis van drie criteria controleren we in hoeverre we financieel rechtmatig (volgens wet- en regelgeving) handelden. We rapporteren in deze paragraaf over afwijkingen. Afwijkingen zijn fouten en/ of onduidelijkheden over de financiële rechtmatigheid. Bij fouten is er niet volgens wet- en regelgeving gehandeld. Onduidelijkheden zijn complexe situaties waarin specialisten niet tot een eenduidig oordeel komen of volgens wet- en regelgeving is gehandeld. Wanneer uit controles blijkt dat het totaal van de afwijkingen minder dan 2% van de totale lasten van de gemeente betreft, wordt in deze paragraaf geen verslag gedaan. Als de afwijkingen samen meer dan 2% van de totale lasten zijn, leggen we alleen de afwijkingen groter dan € 200.000 uit.

Criteria
De volgende criteria zijn onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording en daarop controleert de gemeente zichzelf op financiële rechtmatigheid:

1.    Begrotingscriterium (geld en budget)
De gemeente controleert of zij binnen de afgesproken begroting is gebleven zoals afgesproken is met de raad in het normenkader 2025. Deze controle voeren we uit door de baten, de lasten en de investeringen van de begroting en jaarrekening met elkaar te vergelijken. Wanneer lasten en investeringen lager of hoger zijn en baten lager zijn dan begroot, is er sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Daarop geldt één uitzondering: als de gemeenteraad gedurende het jaar op de hoogte is gesteld van het verschil, is het rechtmatig en wordt dit niet toegelicht in deze paragraaf.

2.    Voorwaardencriterium (regels volgen)
Dit criterium betekent dat de gemeente zich aan alle regels moet houden bij financiële handelingen, zoals bij subsidies, aanbestedingen en personeelskosten. Deze eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en gaan over aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

3.    Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium
De gemeente moet voorkomen dat mensen en organisaties misbruik maken van regelingen, zoals subsidies of uitkeringen. Dit betekent dat de gemeente controleert of de maatregelen om misbruik te voorkomen, goed werken. Fraude door eigen medewerkers valt niet onder de definitie van misbruik en wordt dan ook niet in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.

Wat zijn de kaders van de gemeenteraad

Terug naar navigatie - Toelichting rechtmatigheidsverantwoording - Wat zijn de kaders van de gemeenteraad

In de rechtmatigheidsverantwoording moet het college afwijkingen opnemen die boven de door de gemeenteraad vastgestelde verantwoordingsgrens uitkomen. Voor de jaarrekening 2025 heeft de gemeenteraad de verantwoordingsgrens vastgesteld op 2% van de totale lasten. De gemeenteraad sprak daarnaast met het college af dat afwijkingen vanaf € 200.000 (de rapportagegrens) in de paragraaf Bedrijfsvoering worden toegelicht. Deze toelichting wordt alleen gegeven wanneer de afwijkingen in totaal meer dan 2% bedraagt van de totale lasten.

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording en de paragraaf Bedrijfsvoering zijn opgesteld volgens de kadernota ‘rechtmatigheid van de commissie BBV’ en de financiële- en controleverordeningen van onze gemeente. Daarnaast geldt het door de gemeenteraad op 24 februari 2026 vastgesteld normenkader 2025.

In de kadernota heeft de commissie BBV een verduidelijking m.b.t. het begrotingscriterium opgenomen:
Overschrijdingen van de baten zijn, evenals de onderschrijdingen van lasten en investeringen, alleen onrechtmatig wanneer de afwijkingen gedurende het begrotingsjaar al bekend zijn of behoorden te zijn, maar niet tijdig tot een aanpassing van de begroting hebben geleid of tijdig aan de raad zijn gemeld.

Bevindingen begrotingscriterium

Terug naar navigatie - Toelichting rechtmatigheidsverantwoording - Bevindingen begrotingscriterium

Het begrotingscriterium geeft de grenzen aan van de lasten in de door de raad geautoriseerde begroting. Het gaat hierbij om de exploitatie, investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand komen.
Hieronder lichten wij de afwijkingen toe vanaf € 200.000.   Daarnaast noemen we maatregelen om fouten en onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen.
In de tabel hieronder presenteren we de afwijkingen op programma niveau, waarna er in de toelichting wordt aangegeven of de afwijkingen groter dan € 200.000 al dan niet acceptabel zijn. Dit is getoetst aan het daarvoor vastgestelde normenkader. Het totaal van de   'niet acceptabele' afwijkingen verantwoorden we in de rechtmatigheidsverantwoording. 
Een belangrijk aspect bij deze beoordeling is of afwijkingen op tijd met een begrotingswijziging zijn aangepast en/of op tijd zijn gemeld aan de gemeenteraad. De algemene gedragslijn in Stichtse Vecht is dat afwijkingen gedurende het jaar niet leiden tot een begrotingswijziging. Er is één regulier moment voor een begrotingswijziging gedurende het jaar. Dat is in september als de raad de Bestuursrapportage vaststelt, waarin we de afwijkingen hebben toegelicht op basis van peilmoment 1 mei. We maken dan een begrotingswijziging van budget neutrale wijzigingen en afwijkingen, die bij elkaar budget neutraal zijn en waarbij er een redelijke mate van zekerheid is dat de afwijking zich ook zal voordoen. Hierbij betrekken we ook de gedragslijn van de afgelopen jaren waarbij we afwijkingen na de peildatum voor de Bestuursrapportage melden in de jaarrekening.

Wanneer begrotingsafwijkingen voldoen aan één van de onderstaande criteria, classificeren we deze als acceptabel:

1.    Begrotingsafwijkingen welke passen binnen het beleid en tijdig zijn gemeld
2.    Begrotingsafwijkingen welke gecompenseerd worden door direct gerelateerde inkomsten
3.    Begrotingsafwijkingen welke gevolg zijn van gewijzigde wet- en regelgeving
4.    Begrotingsafwijkingen welke niet passen binnen het beleid, maar voorafgaand aan de uitvoering met instemming van de gemeenteraad tot stand zijn gekomen
5.    Begrotingsafwijkingen, omtrent grondexploitatie, welke geen afwijking veroorzaken in de totale kosten en opbrengsten van de laatst vastgestelde exploitatieopzet
6.    Kostenoverschrijding op investeringskredieten binnen de jaarschijf, waarbij het totale krediet niet overschreden wordt.

Tabel B.5.
Saldo: Realisatie t.o.v. Begroting na wijzigingen:
Lasten (x1.000) Baten (x1.000)
Overschrijding Onderschrijding Overschrijding Onderschrijding
P1 - Bestuur -6.570 - 8.502 -
P2 - Veiligheid - 591 96 -
P3 - Fysiek - 2.797 - -2.810
P4 - Sociaal -12.816 - 11.382 -
P5 - Samenleving -1.816 - 1.707 -
Saldi -21.202 3.388 21.687 -2.810
Investeringen -3.064 3.060 - -
Totaal -24.266 6.448 21.687 -2.810

In onderstaande toelichting worden overschrijdingen en onderbestedingen toegelicht en gecategoriseerd in overeenstemming met de hierboven genoemde critera.

Tabel B.6.
Programma 1 - Bestuur
Lasten Omschrijving
De overschrijding van € 6,6 mln bestaat vooral uit overschrijdingen op de taakvelden 0.1 Bestuur (2,8 mln), 0.2 Burgerzaken (€ 0,5 mln), 0.4 Overhead (€ 3,6 mln) en een onderschrijding op taakveld 0.8 Overige lasten (€ 0,3 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
0.1 Bestuur Indexering van pensioenen van huidige en voormalig bestuurders i.v.m. de overdracht aan het ABP per 01-01-2028 € - 2,7 mln Ja 1
0.2 Burgerzaken Afdrachten aan het rijk voor paspoorten en naturalisaties, hier staan hogere baten tegenover € - 0,2 mln Ja 2
0.2 Burgerzaken Nieuwe software burgerzaken vanaf 2024 uitgebreid en verbeterd € - 0,3 mln Ja 1
0.4 Overhead Diverse voorzieningen zijn in Jaarstukken 2025 volgestort voor 2026, dit is een jaarlijkse activiteit. € - 0,6 mln Ja 1
0.4 Overhead Zoals in de Bestuursrapportage 2025 gemeld zijn er meer kosten gemaakt voor Informatiebeheer, Informatieveiligheid en overige ICT projecten. € - 1,0 mln Ja 1
0.4 Overhead Doordat een aantal openstaande vacatures tijdelijk zijn ingevuld met inhuur, zijn de personeelslasten iets hoger uitgevallen. Deze passen binnen de algehele loonsom. € - 0,4 mln Ja 1
0.4 Overhead De gemeente heeft kosten gemaakt om de adviezen vanuit de effectevaluatie te realiseren. Met ingang van 1 januari 2026 is de organisatie opnieuw ingedeeld conform de nieuwe inrichtingsprincipes. Dit is opgenomen in de Bestuursrapportage 2025. € - 0,3 mln Ja 1
0.4 Overhead Zoals beschreven in de Bestuursrapportage 2025 wordt er tijdelijk meer kosten gemaakt voor de financiele software. € - 0,2 mln Ja 1
0.4 Overhead Diverse premies voor verzekeringen zijn hoger dan begroot, doordat de begroting de afgelopen jaren niet is geindexeerd, dit is ook vermeld in de Bestuursrapportage 2025. € - 0,3 mln Ja 1
0.4 Overhead In 2025 zijn extra kosten gemaakt voor juridische ondersteuning, deze zijn uitgevoerd binnen het vastgestelde beleid, maar hier is eerder geen melding van gemaakt. Dat heeft mede te maken met lopende zaken, waarover geen uitspraken worden gedaan. € - 0,3 mln Ja 1
0.4 Overhead Jaarlijks worden diverse voorzieningen volgestort conform de vastgestelde kaders. € - 0,3 mln Ja 1
0.8 Overige lasten Diverse stelposten zijn niet ingezet. € 0,3 mln Ja 2
Baten
De onrechtmatige overschrijding van € 8,5 mln bestaat vooral uit de taakvelden 0.2 Burgerzaken (€ 0,2 mln), 0.4 Overhead (€ 1,3 mln), 0.5 Treasury (0,4 mln) 0.6 Belastingen (€ 1,9 mln), 0.7 Algemene uitkering (€ 5,2 mln) en een onderschrijding op taakveld 0.8 Overige baten (€ 0,4 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen als acceptabel worden aangemerkt.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
0.2 Burgerzaken Hogere baten voor paspoorten en naturalisaties, hier staan hogere lasten tegenover € 0,2 mln Ja 2
0.4 Overhead Ontvangen uitkeringen van o.a. UWV m.b.t. de loonsom, deze worden niet begroot € 0,9 mln Ja 1
0.4 Overhead Na uitvoerig onderzoek is in 2025 gebleken dat er nog een vordering rust op het BTW compensatiefonds over de het jaar 2023. Deze baten zijn in 2025 opgenomen. € 0,3 mln Ja 1
0.5 Treasury De rentebaten zijn hoger uitgevallen door het gevoerde beleid in overeenstemming met het Treasurystatuut. € 0,4 mln Ja 1
0.6 Belastingen Zoals ook vermeld in de Bestuursrapportage 2025, zijn de baten uit de OZB belasting zijn hoger uitgevallen door een snellere stijging van WOZ-waardes dan vooraf is ingeschat. € 1,9 mln Ja 1
0.7 Algemene uitkering Zoals in diverse RIB's is vermeld, past het Rijk de algemene uitkering meerdere keren per jaar aan, waarbij extra gelden beschikbaar worden gesteld aan de gemeente. € 5,2 mln Ja 1
0.8 Overige lasten Diverse stelposten zijn niet ingezet. € - 0,4 mln Ja 2
Tabel B.7.
Programma 2 - Veiligheid
Lasten Omschrijving
De onderschrijding van € 0,6 mln bestaat vooral uit een onderschrijding op het taakeld 1.1 Crisisbeheer en Brandweer (0,8 mln) en een overschrijding op het taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid (€ 0,2 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
1.1 Crisisbeheersing en brandweer Op 30 september 2025 heeft de gemeenteraad de financiële VRU-stukken besproken. Hierin was o.a. een teruggave van een deel van het positieve resultaat 2024 van de VRU opgenomen. € - 0,3 mln. Ja 1
1.1 Crisisbeheersing en brandweer In 2025 is een energieafrekening over meerdere jaren van een brandweerkazerne ongeveer € 140.000 positief afgerond. Tevens is door energiebesparingsmaatregelen het energieverbruik van de brandweerkazernes lager dan verwacht. € - 0,3 mln. Ja 2
1.2 Openbare orde en veiligheid In 2025 is extern personeel ingezet waarvan de kosten gedekt worden uit onderbesteding op budget en ontvangen subsidie. € 0,2 mln. Ja 2
Tabel B.8.
Programma 3 - Fysiek
Lasten Omschrijving
De onderschrijding van € 2,8 mln bestaat vooral uit overschrijdingen op de taakvelden 7.2 Riool (€ 0,3 mln), 7.3 Afval (€ 0,9 mln) en 7.4 Milieubeheer (€ 1,4 mln). Daarnaast zijn er onderschrijdingen op de taakvelden 2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat (€ 0,6 mln), 5.7 Openbaar groen (€ 0,7 mln), 8.0 Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (€ 3,4 mln) en 0.8 Overige lasten (€ 0,8 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat Door de omzetting van de voorziening wegen naar rompkredieten wegen is er een eenmalige financiele meevaller die te gunste komt aan de exploitatie in 2025. € 1,4 mln Ja 1
2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat Inzet extern personeel ten behoeve van projecten wegen om een inhaalslag te realiseren € - 1,0 mln Ja 1
5.7 Openbaar groen De lasten ten behoeve van het planmatig onderhoud baggerwerk zijn lager uitgevallen. Momenteel wordt er aan een nieuw plan gewerkt ten behoeve van baggerwerk binnen de gemeente. € 0,2 mln Ja 2
5.7 Openbaar groen Gezien aanstaande investeringen de komende jaren voor beschoeiingen en kades is er in 2025 een lager bedrag uitgegeven aan planmatig onderhoud, omdat het dan tot onnodige tijdelijke verbeteringen en capaciteitsinzet zou gaan leiden. € 0,4 mln Ja 2
7.3 Afval Er zijn meerkosten voor de inzameling voor diverse afvalstromen. Daar is geen specifieke reden voor, anders dan dat de inzameling te laag is ingeschat bij de begroting. € - 0,9 mln Ja 1
7.4 Mileubeheer Diverse specifieke uitkeringen zijn hoger dan wat er in 2025 is uitgegeven. Deze gelden mogen in 2026 ook nog ingezet worden. Dit leidt tot een onderschrijding op de lasten in 2025. € 1,4 mln Ja 2
8.0 Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Bij grondexploitaties blijven we niet binnen de beschikbare gestelde budgetten, maar volgen bij de winstneming wel het vastgestelde beleid. Daarnaast staan hier direct gerelateerde baten tegenover. € 2,6 mln Ja 5
0.8 Overige lasten Diverse stelposten zijn niet ingezet. € - 0,8 mln Ja 1
Baten
De onderschrijding van € 2,8 mln bestaat uit overschrijdingen op de taakvelden 7.2 Riolering (€ 0,3 mln), 7.3 Afval (€ 0,6 mln), 7.4 Milieubeheer (€ 1,4 mln) en uit een onderschrijding op het taakveld 8.0 Volkshuisvesting en ruimtelijke orde (€ 5,1 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
7.2 Riolering De rioolheffing is gematigd hoger uitgevallen doordat meer mensen in een hogere klasse wat betreft waterverbruik vallen. Daardoor worden er meer heffingen geind. De BGHU is nog bezig met de accountantsverklaring, de kans bestaat dat deze beoordeling op basis daarvan aangepast moet worden. € 0,3 mln Ja 1
7.3 Afval Incidenteel zijn er meer overige inkomsten binnengekomen voor papier, zwerfafval en prullenbakvergoedingen. € 0,6 mln Ja 1
7.4 Milieubeheer Diverse specifieke uitkeringen zijn hoger dan wat er in 2025 is uitgegeven. Deze gelden mogen in 2026 ook nog ingezet worden. Dit leidt tot een onderschrijding op de lasten in 2025. € 1,4 mln Ja 2
8.0 Volkshuisvesting Bij grondexploitaties blijven we binnen de beschikbare gestelde budgetten, maar volgen bij de winstneming wel het vastgestelde beleid. Hier staan direct gerelateerde lasten tegenover. € -3,5 mln Ja 5
8.0 Volkshuisvesting Er zijn minder (omgevings)vergunning aangevraagd en/of afgerond, dan vooraf ingeschat is. Dat leidt vanzelfsprekend tot lagere legesinkomsten. € - 1,7 mln Ja 1
Tabel B.9.
Programma 4 - Sociaal
Lasten Omschrijving
De overschrijding van € 12,8 mln bestaat voornamelijk uit overschrijdingen op de taakvelden 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (€ 4,6 mln), 6.2 Wijkteams (€ 5,1mln), 6.3 Inkomensregelingen (€ 1,9 mln), 6.4 Begeleide participatie (€ 0,2 mln), 6.7 Maatwerkdienstverlening (€ 1,1 mln) en 6.9 Coördinatie en beleid (€ 0,7 mln). Daarnaast zijn er onderschrijden op de taakvelden 6.5 Arbeidsparticipatie (€ 0,5 mln) en 6.8 Geëscaleerde zorg (€ 0,4 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Gemeentelijke opvangtaken brachten hoge lasten met zich mee die niet waren begroot. De baten vanuit het Rijk dekken hiervoor wel de lasten. € - 5,5 mln Ja 2
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Lagere lasten door minder aanvragen voor de compensatieregeling energie. € 0,2 mln 1
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Werkelijke kosten TIM SV zijn hoger uitgevallen, hierover is de gemeenteraad op diverse momenten geinformeerd. € 0,4 mln Ja 1
6.2 Wijkteams Werkelijke kosten TIM SV zijn hoger uitgevallen, hierover is de gemeenteraad op diverse momenten geinformeerd. € - 4,3 mln Ja 1
6.2 Wijkteams Voor de kinderopvangtoeslagaffaire waren in 2025 geen lasten begroot. De daadwerkelijk gemaakte lasten zijn volledig door Rijksmiddelen gedekt. € - 0,9 mln Ja 2
6.3 Inkomensregelingen Hogere lasten BUIG dan begroot, door een groter beroep op de regeling. Rijksbaten dekken de hogere lasten volledig. € - 1,2 mln Ja 2
6.3 Inkomensregelingen De lasten voor kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen waren hoger dan begroot vanwege een groter aantal verleende kwijtscheldingen. Dit is reeds gemeld bij de Berap 2025. € - 0,3 mln Ja 1
6.3 Inkomensregelingen De lasten voor het minimabeleid en de bijzondere bijstand waren hoger dan begroot. € - 0,5 mln Ja 1
6.4 Begeleide participatie De lasten voor beschut werk vielen hoger uit dan begroot door onder andere meer toerekekende personeelslasten. € - 0,2 mln Ja 1
6.5 Arbeidsparticipatie Lagere lasten re-integatie, hier is minder gebruik van gemaakt door inwoners van de gemeente. € 0,6 mln Ja 1
6.7 Maatwerkdienstverlening Werkelijke kosten TIM SV zijn hoger uitgevallen, hierover is de gemeenteraad op diverse momenten geinformeerd. € - 2,2 mln Ja 1
6.7 Maatwerkdienstverlening De lasten voor YEPH waren lager dan begroot als gevolg van een beperkt aantal aanmeldingen. € 0,6 mln Ja 1
6.7 Maatwerkdienstverlening Lagere lasten voor LTA en ED door minder gebruik van de regeling. € 0,5 mln Ja 1
6.8 Geëscaleerde zorg De lasten voor jeugdbescherming en beschermd wonen waren lager dan begroot vanwege een lager aantal casussen. € 0,3 mln Ja 1
6.9 Coördinatie en beleid De lasten voor de implementatie van de gemeentelijk toegang en de voorbereiding van de GR Utrecht West waren niet begroot. Dit is reeds in de Berap opgenomen. € - 0,6 mln Ja 1
Baten
De overschrijding van € 11,4 mln bestaat vooral uit de taakvelden 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (€ 7,1 mln), 6.2 Wijkteams (€ 1,2 mln) 6.3 Inkomensregelingen (€ 2,4 mln) en 6.8 Geëscaleerde zorg (€ 0,4 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Gemeentelijke opvangtaken brachten hoge baten met zich mee die niet waren begroot. De baten vanuit het Rijk dekken de lasten. € 7,0 mln Ja 2
6.2 Wijkteams De baten voor de kinderopvangtoeslagaffaire waren hoger dan begroot. De lasten worden hierdoor volledig gedekt. € 1,2 mln Ja 2
6.3 Inkomensregelingen De Rijksbijdrage voor bijstandsverlening viel hoger uit dan begroot. Op basis hiervan is de begroting 2026 aangepast. € 2,5 mln Ja 2
6.8 Geëscaleerde zorg De binnengekomen baten voor beschermd wonen vielen hoger uit dan begroot. Hier staan direct geraleerde lasten tegenover. € 0,4 mln Ja 2
Tabel B.10.
Programma 5 - Samenleving
Lasten Omschrijving
De overschrijding van € 1,8 mln bestaat voornamelijk uit overschrijdingen op de taakvelden 4.0 Onderwijs (€ 1,5 mln), 5.2 Sportaccommodaties (€ 1,2 mln) en 5.6 Media (€ 0,4 mln). Daarnaast zijn er onderschrijdingen op de taakvelden 3.0 Economie (€ 0,7 mln) en 5.3 Cultuurpresentatie, -productie, -participatie (€ 0,4 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
3.0 Economie Bij Vitaal platteland wordt voorgesteld het restant budget over te hevelen naar 2026 in verband met lagere uitnutting in 2025 en de uitvoering van werk in 2026. Eerste lasten in Q2 verwacht. € 0,2 mln Ja 1
3.0 Economie Bij het Masterplan Breukelen en Vitaal Platteland is er gewerkt aan planvorming. In 2026 is de verwachting dat projecten tot uitvoer komen. € 0,4 mln Ja 1
4.0 Onderwijs OHV 1e inrichting Broeckland niet opgenomen in Exploitatie, reeds gemeld aan de raad via Berap 2025 en RIB nr. 31. Daarnaast zijn er hogere kosten geweest voor de tijdleijke huisvesting € - 0,8 mln Ja 1
4.0 Onderwijs OHV De lasten voor de panden in eigen beheer zijn hoger uitgevallen. Dit is voornamelijk een inhaalslag geweest € - 0,4 mln Ja 1
4.0 Onderwijs De lasten voor de specifieke uitkering NPO Covid 19 zijn gelijk aan de baten € - 0,2 mln Ja 2
5.2 Sportaccommodaties Sportaccomodaties hogere onderhouds- en gebruikerslasten. De gebouwen moeten voldoen aan de veiligheidseisen. Door achterstallig onderhoud bracht dit eenmalig hogere kosten met zich mee. € - 0,3 mln Ja 1
5.2 Sportaccommodaties SRO Exploitatievergoeding, hier staan hogere baten tegenover. € - 0,7 mln Ja 2
5.3 Cultuur De uitkeringen uit de compensatieregelingen voor huur en energie vielen lager uit dan begroot daarnaast is er minder subsidie uitgekeerd dan begroot. € 0,3 mln Ja 1
5.6 Media Bibliotheek heeft een hogere subsidie ontvangen ivm extra ontvangen rijksmiddelen. € - 0,4 mln Ja 2
Baten
De overschrijding van € 1,7 mln bestaat voornamelijk uit een overschrijding op de taakvelden 3.0 Economie (€ 0,5 mln), 4.0 Onderwijs (€ 0,3 mln), 5.2 Sportaccommodaties (€ 0,5 mln) en 5.6 Media (€ 0,4 mln). Uit onderstaande beoordeling blijkt dat alle afwijkingen acceptabel zijn.
Taakveld Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
3.0 Economie Hogere baten Toeristenbelasting € 0,5 mln Ja 1
4.0 Onderwijs De specifieke uitkering NPO Covid 19. Hier staan evenredige lasten tegenover. € 0,2 mln Ja 2
5.2 Sportaccommodaties t Kikkerfort minder huurinkomsten en minder zwemopbrengsten dit is gerelateerd aan de sluiting ivm verbouwing. Onderhoud aan zwembad ‘t Kikkerfort gemeld in de Bestuursrapportage 2025 en via RIB nr 26. € - 0,3 mln Ja 1
5.2 Sportaccommodaties SRO Exploitatievergoeding, hier staan hogere lasten tegenover. € 0,7 mln Ja 2
5.6 Media Extra ontvangen subsidie vanuit het rijk( SPUK IDO) tvb informatie digitale overheid. Deze is conform afstpraak verstrekt aan de bibliotheek. € 0,4 mln Ja 2
Tabel B.11.
Investeringen
Lasten Omschrijving
In deze jaarrekening zijn er twee investeringsbudgetten afgesloten met een overschrijding hoger dan € 200.000 voor een totaal van € 3,1 miljoen. Daarnaast zijn er twee investeringsbudgetten afgesloten met een onderschrijding van meer dan € 200.000 voor een totaal van € 3,1 miljoen.
Toelichting Bedrag Acceptabel Categorie
Vervangingsbudget openbare verlichting De realisatie in 2025 past bij de ramingen die zijn afgegeven in de Programmabegroting 2025 en 2026 van circa €1,1 miljoen per jaar. Het meerjarenbudget wordt in de programmabegroting 2027 bijgesteld obv de realisatie in 2024 en 2025. € - 0,8 mln Ja 6
Rompbudget wegen Realisatie overstijgd het jaarbudget, maar blijft binnen het beschikbare meerjarenbudget. Toekomstige ramingen worden bijgesteld in de programmabegroting. € - 2,3 mln Ja 6
Nieuwbouw Kindcentrum Harmonieplein Het was mogelijk dat er nog extra kosten zouden komen voor dit project in 2025, maar dat is niet nodig gebleken. Daarmee is het project goedkoper afgerond dan vooraf was ingeschat. € 0,7 mln Ja 6
Nieuwbouw Broecklandcollege Het project is in 2025 afgerond en is voordeliger geraliseerd dan was begroot. Daardoor worden de kapitaallasten iets lager. € 1,4 mln Ja 6
Progr. onderwijshuisvesting 2025: Montessori Monton / De Wilde Wingerd De school heeft de aanvraag tot uitbreiding ingetrokken, daarna is het investeringsbudget afgesloten. € 1,0 mln Ja 6

Samenvattend is hieronder op programma niveau te zien welke afwijkingen niet acceptabel zijn:

Tabel B.12.
Saldo: Beoordeeld conform normenkader, waarvan niet acceptabel:
Lasten (x1.000) Baten (x1.000)
Overschrijding Onderschrijding Overschrijding Onderschrijding
P1 - Bestuur - - - -
P2 - Veiligheid - - - -
P3 - Fysiek - - - -
P4 - Sociaal - - - -
P5 - Samenleving - - - -
Saldi - - - -
Investeringen - - - -
Totaal - - - -

Bevindingen voorwaardencriterium

Terug naar navigatie - Toelichting rechtmatigheidsverantwoording - Bevindingen voorwaardencriterium

Het voorwaardencriterium gaat over de eisen bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. Deze eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

Tabel B.13.
Bevinding Bedrag (x1.000) Toelichting Maatregel
Afwijkingen van de Europese aanbestedingsregels 12.400 Bij de interne controle zijn over 2025 afwijkingen van EU-aanbestedingsregels geconstateerd voor een bedrag van ten minste € 12,4 miljoen. Het betreffen opdrachten die eerder dan 2025 zijn aangegaan en een groot deel van de onrechtmatige opdrachten was al in beeld. Dit is niet de werkelijke, volledige fout, omdat niet alle dossiers zijn onderzocht. Verder onderzoek is economisch niet rendabel omdat dit een aanzienlijke administratieve last met zich mee zou brengen. Wel zijn alle grote opdrachten en alle opdrachten met een bekende doorlopende fout onderzocht. In 2025 is veel aandacht en inzet uitgegaan naar het invullen van randvoorwaarden voor een effectief en efficiënt proces. Deze randvoorwaarden omvatte in 2025 onder andere de implementatie van een contractadministratie in het nieuwe financiële systeem. Vanaf januari 2026 is dit verder versterkt door het centraliseren van inkoop- en contractmanagement in één team. In 2026 wordt ingezet op het stevig positioneren van dit team in de organisatie, het goed gebruiken van de contractadministratie en ontwikkelen van sturingsinformatie.
Afwijkingen van de uitvoering van de WMO                   - In de controle op de processen voor de uitvoering van de Wmo zijn in totaal 18 afwijkingen gevonden die leiden tot een formele onrechtmatigheid zonder financieel gevolg. Het gaat om gevallen waarin de identificatie van cliënten onvoldoende aantoonbaar is vastgelegd. Deze bevinding werd eerder ook door de accountant gedaan. De 18 afwijkingen betreffen alle dossiers van voor 2025. De aanbeveling van de accountant volgden we op door steekproefsgewijze interne controles uit te voeren. Dit gebeurde meermaals per jaar en wordt in 2026 voortgezet. Als de identificatie onvoldoende aantoonbaar is vastgelegd, herstellen we dit. We vragen de cliënt om zich nogmaals te identificeren en we leggen het goed vast.

Bevindingen misbruik en oneigenlijk gebruik criterium

Terug naar navigatie - Toelichting rechtmatigheidsverantwoording - Bevindingen misbruik en oneigenlijk gebruik criterium

Misbruik en oneigenlijk gaat over op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Gemeente Stichtse Vecht heeft hierover geen algemeen beleid. Er zijn in 2025 geen signalen geweest dat er sprake is van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Inleiding

De gemeente bepaalt zelf hoe gemeentelijke taken worden uitgevoerd, door ze zelf uit te voeren of samen met andere gemeenten. De gemeente Stichtse Vecht maakt gebruik van samenwerkingsverbanden, ook wel verbonden partijen genoemd, om verschillende taken uit te voeren. Deze partijen zijn zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk. De gemeente heeft in een verbonden partij over het algemeen zowel een bestuurlijk als een financieel belang. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente invloed heeft op het bestuur, bijvoorbeeld doordat een wethouder in het bestuur zit of stemrecht heeft. Een financieel belang houdt in dat de gemeente gelden beschikbaar stelt die verloren kunnen gaan bij faillissement, of als de gemeente aansprakelijk is voor de verplichtingen van de verbonden partij. De gemeente Stichtse Vecht werkt samen met publiekrechtelijke, verbonden partijen (op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen) en privaatrechtelijke partijen, zoals vennootschappen en stichtingen. De gemeenteraad behandelt de belangrijke documenten, zoals begrotingen en jaarrekeningen, van deze samenwerkingen.

Vanaf 2024 werkt de gemeente Stichtse Vecht met raadsrapporteurs voor een verbonden partij. Het doel hiervan is om de rol van de gemeenteraad in samenwerkingsverbanden te verbeteren. De raadsrapporteurs spelen een rol in het bevorderen van de communicatie en transparantie van de gemeenschappelijke regelingen binnen de gemeenteraad. De rapporteurs koppelen regelmatig terug in de commissies. Hierdoor blijft de raad geïnformeerd over de voortgang en de belangrijkste kwesties binnen de verbonden partijen.

Op 30 september 2025 heeft de gemeenteraad de ‘Nota verbonden partijen’ vastgesteld. Deze nota:

·        verbetert de mate waarin de raad zijn kaderstellende en controlerende rol kan uitoefenen;

·        biedt een systematiek voor het aansturen van onze verbonden partijen;

·        is de basis voor de paragraaf Verbonden partijen in begroting en jaarrekening.

Verder bevat de nota een afwegingskader voor het vormgeven van een samenwerking. Ook geeft de nota aan hoe ongewenste dubbele rollen te voorkomen. De nota deelt verbonden partijen in naar sturingsprofielen, waardoor de raad en het college gerichter toezicht kunnen houden. Op 27 januari 2026 heeft de raad ‘Sturingsprofielen verbonden partijen’ vastgesteld. Dit besluit geeft alle verbonden partijen een sturingsprofiel (regulier, uitgebreid of intensief).

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

De verbonden partijen waarmee de gemeente samenwerkt voor het bereiken van haar doelstellingen zijn  te vinden in de verschillende programma's. In deze paragraaf komen het algemeen belang en de voorgeschreven (financiële) gegevens op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) per verbonden partij aan de orde. Daarbij nemen we per samenwerkingsvorm een beschrijving van het doel en, wanneer van toepassing, relevante ontwikkelingen uit 2025 op als die zich voordeden. Daarna volgt een overzicht met (financiële) gegevens. Als risico’s van een verbonden partij niet of onvoldoende door een verbonden partij zelf met maatregelen zijn ondervangen, hebben we deze meegenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

In het overzicht met gegevens zijn de financiële cijfers uit de Jaarrekening 2025 overgenomen als die al bekend waren. Wanneer deze gegevens op het moment van opstellen van deze paragraaf nog niet beschikbaar waren, zijn de laatst bekende financiële cijfers opgenomen. In het overzicht wordt met een nummer aangegeven wat de status is van de weergegeven financiële cijfers:

1.  definitieve jaarcijfers 2025;
2.  voorlopige jaarcijfers 2025;
3.  laatst beschikbaar gestelde cijfers over 2025 (bijv. uit een managementrapportage of begrotingswijziging);
4.  definitieve jaarcijfers 2024;
5.  begroting 2025 of n.n.b. (nog niet bekend).

Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2

Sturingsprofiel: Intensief

De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is een samenwerkingsverband van en voor alle 26 Utrechtse gemeenten in de provincie Utrecht. De VRU is gericht op drie hoofdtaken: brandweer, risicobeheersing en crisisbeheersing. 
In de bestuursagenda 2024 - 2027 zijn hoofdthema's benoemd voor deze beleidsperiode.  In het Jaarverslag 2025 beschrijft de VRU wat er dit jaar per thema gerealiseerd is, zie hieronder de toelichting per thema.

Toekomstbestendige brandweerzorg

In 2025 hebben de collega’s van de brandweer vanuit 70 posten 24/7 paraat gestaan om incidenten in de regio te bestrijden, ondersteund door opgeleide medewerkers, geactualiseerde plannen en goed onderhouden materieel. Binnen het programma Doorontwikkelen paraatheid is onder meer gewerkt aan een nieuw dekkingsplan, efficiënter roosteren, onderzoek naar paraatheidsmodellen en de aanbesteding van een nieuw informatiesysteem. Ook is sterk ingezet op vakbekwaamheid door uitbreiding van trainingen, implementatie van een nieuwe leeromgeving en verdere ontwikkeling van digitaal leren en mentale fitheid. Daarnaast zijn innovatieve projecten gestart om de arbeidsveiligheid te vergroten, zoals het inzetten van drones en een blusrobot, en is bijgedragen aan natuurbrandbeheersing in samenwerking met gemeenten en de provincie. Tot slot is gewerkt aan toekomstbestendige aansturing, versterking van de identiteit van posten en de verdere ontwikkeling van loopbaanbeleid voor medewerkers.

Veilige en gezonde Leefomgeving

In 2025 heeft de VRU belangrijke stappen gezet in het programma Risicogericht Werken (RGW), waarbij op strategisch, tactisch en operationeel niveau risico’s worden beschreven op basis van het Regionaal Risicoprofiel. Er is gewerkt aan het voorbereiden op nieuwe risico’s, zoals natuurbranden, waterveiligheid en energietransitie, onder meer via gebiedsgerichte aanpakken, de Routekaart Waterweerbaarheid en gerichte adviezen aan gemeenten en inwoners. Ook zijn diverse nieuwe voorlichtingsactiviteiten ontwikkeld, waaronder lessen voor basisscholen, digitale zelfscans voor ondernemers en publieksinformatie over brandveiligheid en zelfredzaamheid.

Met het in 2025 gestarte programma Veerkracht is ingezet op een weerbare en zelfredzame samenleving, onder andere via pilots met noodsteunpunten, lokale initiatieven rond langdurige stroomuitval en intensieve bestuurlijke betrokkenheid. In 2026 volgt een tweede pilot in de gemeente Stichtse Vecht. Tegelijkertijd is het regionale netwerk verder versterkt door nauwere samenwerking met gemeenten, veiligheidsregio’s en partners op thema’s als energietransitie, klimaat, water en omgevingsveiligheid, met als doel risico’s integraal en vroegtijdig te beheersen. 

Versterking crisisbeheersing

In 2025 heeft de VRU de crisisorganisatie verder versterkt door 4 van de 5 permanente Operationele Kernteams te werven en te professionaliseren, met investeringen in opleiding, vakbekwaamheid en samenwerking met gemeenten en crisispartners. Ook is gewerkt aan continuïteit, onder meer via een stresstest voor 72 uur stroomuitval en het ontwikkelen van een VRU-brede aanpak voor bedrijfscontinuïteit. Informatiemanagement en crisiscommunicatie zijn doorontwikkeld met nieuwe werkwijzen, regionale afstemming en versterkte samenwerking, ondersteund door het VeiligheidsInformatieCentrum.

Daarnaast is ingezet op netwerkmanagement en ondersteuning bij opvang en evacuaties, waaronder via VRU Support. Binnen de GHOR lag de focus op weerbare zorg, ketencontinuïteit en samenwerking met zorgpartners, met aandacht voor langdurige stroomuitval, evacuaties en verdere professionalisering van crisis- en informatiemanagement.

Ondersteuning

De VRU zet programma’s in als sturingsinstrument om strategische veranderingen en organisatiebrede ontwikkelingen te realiseren, met binnen Ondersteuning de programma’s Great Place to Work, Sturen op basis van informatie en Digitale veiligheid. Door een aangepaste toerekening van overhead volgens de BBV-richtlijnen worden meer kosten aan het primaire proces toegerekend, waardoor het overheadpercentage is gedaald. Het programma Great Place to Work richt zich op aantrekkelijk werkgeverschap, leiderschap en duurzame inzetbaarheid, met onder meer een arbeidsmarktcampagne, leiderschapsontwikkeling en aandacht voor mentale fitheid. Sturen op basis van informatie stimuleert informatiegestuurd werken via een VRU-brede informatiestrategie, betere datadeling, dashboards en AI-toepassingen. Voor onvoorziene uitgaven is geen aparte begrotingspost: deze worden zo nodig gedekt en meegenomen in de risicoparagraaf.

Niet ondervangen risico's: Geen. 

Naam

(bedragen x € 1.000)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

(eind 2025)
Bijdrage SV 2025
Veiligheidsregio (VRU) (2) Burgemeester AB: stemrecht steminvloed: 6% € 34.600 € 71.175 € 0

4.858

    Aandeel in totale begroting: 4,0% € 33.892 € 69.738

 

Plassenschap Loosdrecht e.o. – Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Plassenschap Loosdrecht e.o. – Programma 3

Sturingsprofiel: Regulier

De deelnemers van het Plassenschap werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners- en bezoekers van de regio. Een deel van deze recreatiegebieden ligt op het grondgebied van Stichtse Vecht zoals Bosdijk, Zwaan en een groot deel van de Kievitsbuurten. 


Het beheer en onderhoud van de eigendommen van het Plassenschap is tot en met 31 december 2022 uitgevoerd door Recreatie Midden Nederland. Per 1 januari 2023 heeft de gemeente Wijdemeren het beheer van het areaal van het Plassenschap Loosdrecht e.o. overgenomen van RMN.  De gemeente Wijdemeren verzorgt het beheer voor het Plassenschap, maar stemt keuzes die gemaakt moeten worden af met de ambtelijke vertegenwoordigers van de vier deelnemers; provincie Utrecht, provincie Noord-Holland en de gemeenten Stichtse Vecht en Wijdemeren. Het jaar 2023 vormde een transitieperiode en is gebruikt om de gemeente Wijdemeren als nieuwe beheerder vertrouwd te maken met het werkgebied en de kapitaalgoederen, de risico’s van beheer en onderhoud in kaart te brengen, werkprocessen op te zetten en het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan. In september 2023 zijn het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en een Meerjaren Investeringsplan (MJIP), vastgesteld. Op basis van deze beheerplannen is een 4-jarig uitvoeringsplan opgesteld. Verder zijn deze plannen belangrijke bouwstenen voor het 4-jarig financieel perspectief, dat volgens de GR is opgesteld. Ook geven de uitkomsten input voor het jaarlijks beheerplan onderhoud.

Voornoemde beleidsstukken en de daarin gemaakte keuzes zijn de basis geweest voor het opstellen van de eerste begrotingswijziging 2024 en de begroting 2025 (reeds goedgekeurd). 

In 2025 is o.a. geïnvesteerd in de volgende projecten:

  • beschoeiingen vervangen/repareren     €2.544.200
  • sluizen                                                                           €308.900
  • landterreinen                                                            €350.000
  • materieel en vastgoed                                            €60.000

Niet ondervangen risico's: geen. 

Toelichting weerstandsvermogen: 

Weerstandsvermogen: de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s zoals  gekwantificeerd in de risicoparagraaf van de begroting en jaarstukken dient minimaal 1:1 te zijn. Afgesproken is dat het weerstandsvermogen per ultimo 2026 weer een ratio van 1 moet hebben. Doordat de rekening 2023 sluit met een batig saldo van bijna € 429.000, kan door resultaatbestemming de algemene reserve worden versterkt en stijgt de ratio tot ver boven de 1.

De begroting 2025 van het Plassenschap is conform de opgaven een beleidsarme begroting voor wat betreft nieuwe ontwikkelingen. Het vastgestelde meerjarig investeringsplan m.b.t. noodzakelijke vervangingsinvesteringen is wel volledig geraamd.

Tabel VP.2.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25) 

Vreemd vermogen

(begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

 (eind 2025)

Bijdrage SV 2025
Plassenschap Loosdrecht e.o. (5) Collegelid AB en DB: stemrecht Steminvloed: 25% € 944

€ 5.803

NNB € 456
    Aandeel in totale begroting 17,76%   € 875 € 9.281

Recreatieschap Stichtse Groenlanden e.o. - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Recreatieschap Stichtse Groenlanden e.o. - Programma 3

Sturingsprofiel: Regulier

De deelnemers van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) werken samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Recreatieschap SGL werkt bij de taakuitvoering sinds 2023 samen met uitvoeringsorganisatie Staatsbosbeheer (SBB). In de voorbije jaren is gewerkt aan het financieel in controle zijn van SGL. Daarbij lag de focus op het in beeld brengen van de langjarig, met het beheer en onderhoud van de recreatieterreinen, gemoeide kosten. De implementatie van het door SBB gehanteerde Terreinbeheer Model heeft geresulteerd in een Meerjaren Onderhoudsprogramma. Daaruit volgde de conclusie dat bij ongewijzigd beleid door stijgende kosten op den duur een tekort dreigde te ontstaan op de meerjarenbegroting. De deelnemers in de GR-SGL hebben daarom met SBB in 2025 gezocht naar mogelijkheden om de inkomsten uit exploitatie te verhogen en de uitgaven waar mogelijk te beperken.

De jaarrekening 2025 sluit af met een positief resultaat. Eerder is afgesproken dat de begroting voor 2025 beleidsarm wordt opgesteld. Het budget van 2025 (inclusief indexatie) geldt daarbij als taakstellend maximum, gelijk aan de afspraak zoals die voor de jaren 2023 en 2024 is gemaakt met Staatsbosbeheer.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.3.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

(begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

 (eind 2025)

Bijdrage SV 2025
Recreatieschap Stichtse Groenlanden (2) Raadslid, Collegelid AB: stemrecht Steminvloed: 10%  € 3.560 € 7.523 € 11 € 193
    Aandeel in totale begroting:  5,5%  € 3.629 € 7.475

Omgevingsdienst Regio Utrecht (OdrU) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Omgevingsdienst Regio Utrecht (OdrU) - Programma 3

Sturingsprofiel: Uitgebreid

In 2025 hebben Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) hard gewerkt aan de fusie om per 1 januari 2026 te komen tot 1 omgevingsdienst in de provincie Utrecht, de ODU.

De ODU  heeft 27 deelnemers en werkt voor het hele grondgebied van de regio Utrecht. Daarbij passend is als regio in 2025 een breed gedragen en inhoudelijk sterke Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H)-ontwikkeld en vastgesteld. Deze U&H- strategie is dé centrale opdracht van de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht aan de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) voor de komende jaren. De U&H-strategie geeft de regio de basis om als één overheid aan maatschappelijke opgaven te werken.

Niet ondervangen risico's: Geen. 

Tabel VP.4.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen vermogen (begin '25 - eind '25) Vreemd vermogen (begin '25 - eind '25) Financieel resultaat (eind 2025) Bijdrage SV 2025
Omgevingsdienst Regio Utrecht (OdrU) (3) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed: 6% € 1.710  € 6.584 € 0 € 2.240
    Aandeel in totale begroting: 10,1% € 1.710 € 6.758

 

GGD regio Utrecht (GGDrU) – Programma 4

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - GGD regio Utrecht (GGDrU) – Programma 4

Sturingsprofiel: Intensief

Het doel van de GGDrU is het bevorderen van de volksgezondheid en het voorkomen van ziekten door het verrichten van interventies. GGDrU voert voor de gemeente taken uit op basis van onder meer de Wet publieke gezondheid (Wpg), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet kinderopvang (Wko). GGDrU heeft het bevorderen en beschermen van de gezondheid verdeeld over de pijlers kansrijk opgroeien, een gezonde en veilige leefomgeving en langer en gezond zelfstandig. In 2025 hield de GGDrU rekening met de financiële situatie van gemeenten en dit vertaalde zich naar een beleidsarme begroting. Wel hebben GGD'en in 2025 met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en de landelijke gezondheidsnota een coördinerende rol gekregen in regionale netwerken en projecten op het gebied van gezondheidsbevordering en de samenwerking tussen medisch en sociaal domein.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.5.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

(begin '25 - eind '25

Financieel resultaat

(eind 2025)

Bijdrage SV 2025
GGD regio Utrecht (GGDrU) (2) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed: 5,7% € 6.217  € 36.062 € 3.987 € 3.476
    Aandeel in totale begroting: 5,4 % € 8.953 € 29.839

Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen - Programma 5

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen - Programma 5

Sturingsprofiel: Uitgebreid

Per 1 januari 2026 verandert de naam van Het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen in: Regionaal Archief Noordwest Utrecht. Het RANU heeft een tweeledig doel, te weten (1) archiefwettelijke taken die ze uitvoert voor de aangesloten gemeenten en (2) het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties. Het RANU continueert in 2025 de inhoudelijke beleidskeuzes uit de businesscase 2018 en de beleidsvisie 2020-2024. Het RANU heeft daarbij de volgende focus:

  • archiefwettelijke taken die ze uitvoert voor de aangesloten gemeenten;
  • het erfgoedbeheer van particuliere archieven en enkele historische collecties;
  • met deelnemende gemeenten voorbereiden/overbrengen (digitale) archieven naar het e-depot;
  • uitbreiden en doorontwikkelen digitale dienstverlening voor burgers en ambtenaren;
  • nieuwe (archief)wetgeving implementeren.

Het RANU herziet haar Beleidsvisie voor 2025-2030. Deze is conform de uitgangspunten en kaders uit de toekomstverkenning 'Robuust RHCVV', waarover de gemeenteraden geïnformeerd zijn in 2024.  Speerpunten zijn het verder ontwikkelen van toezicht, digitaal informatiebeheer en digitale dienstverlening.  Dit is nodig om aan te sluiten op o.a. de sterk toegenomen complexiteit van de gemeentelijke informatiehuishouding en nieuwe informatiewetgeving. 

Het RANU wil ook de zichtbaarheid en taakuitvoering vergroten in de ambtelijke organisaties van de deelnemende gemeenten (ter bevordering en ondersteuning van goed bestuur en goede bedrijfsvoering binnen ambtelijke organisaties) evenals de regionale zichtbaarheid.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.6.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

 (eind 2025)

Bijdrage SV 2025
Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen  (2) Burgemeester AB: stemrecht Steminvloed 33,3%

€ 433

       € 1.114 € 287 € 1.038
    Aandeel in totale begroting: 42,5%  € 683 € 1.425    
             

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Afval Verwijdering Utrecht (AVU) - Programma 3

Sturingsprofiel: Uitgebreid

De AVU is sinds 1984 de regie- en kennisorganisatie voor de duurzame en kosteneffectieve verwerking van door de Utrechtse gemeenten bij huishoudens ingezamelde afvalstromen.

  • Daar waar inzameling en transport van afvalstoffen door de AVU aan derden is uitbesteed, zullen contracten tijdig worden aanbesteed. Indien deze activiteiten middels dienstverleningsovereenkomsten worden verzorgd, zal de AVU ook deze overeenkomsten tijdig en in overleg met de partners verlengen.
  • De AVU draagt zorg voor de tijdige aanbesteding van de verwerkingscontracten van de aan de AVU in beheer overgedragen afvalstromen.
  • Er worden voor 2025 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent de afvaldeelstromen die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de begroting.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.7.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

(begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

 (eind 2025)

Bijdrage SV 2025
Afval Verwijdering Utrecht (AVU) (2) Collegelid AB: stemrecht Steminvloed 6% € 100 - € 14.000 - € 0 € 2.765
    Aandeel in totale begroting: 5,5% € 100 € 14.000

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) - Programma 1

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) - Programma 1

Sturingsprofiel: Regulier

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De BghU heft en int belastingen namens haar deelnemers en stelt de hoogte van de WOZ-waarden vast voor alle onroerende zaken in deze gemeenten.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.8.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat (eind 2025) Bijdrage SV 2025
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) (2) Collegelid DB: stemrecht Steminvloed 6% € 970  € 8.866  € 0 € 1.137
    Aandeel in totale begroting: 6% € 2.371 € 7.083

NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) - Programma 1

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) - Programma 1

Sturingsprofiel: Regulier

De NV Bank Nederlandse Gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank verstrekt krediet tegen lage tarieven waarmee de bank duurzaam bijdraagt aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger, c.q. duurzaam bijdraagt aan de publieke taak.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.9.

Naam

(bedragen x € 1 mln)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

(eind 2025)

Bijdrage SV 2025
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) (2) Collegelid Stemrecht als aandeelhouder

€ 4.777 -

€ 4.766

€ 123.164 -

€ 127.458

€ 142

 

€ 0

 

Vitens - Programma 5

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Vitens - Programma 5

Sturingsprofiel: Regulier

Het winnen, produceren, distribueren en leveren van drinkwater is de hoofdtaak van Vitens. Klanten kunnen vertrouwen op de leveringszekerheid van drinkwater, een optimale kwaliteit en een zo laag mogelijke prijs. Vitens heeft de laagste drinkwaterprijs van Nederland. Vitens staat de komende jaren voor een grote investeringsopgave. De investeringen zijn hoofdzakelijk gericht op leveringszekerheid nu en in de toekomst van voldoende en schoon drinkwater. Gemeente Stichtse Vecht is aandeelhouder en bezit 58.097 aandelen Vitens (1% van het totaal).

Vitens heeft te maken met grote uitdagingen om in de toekomst aan haar kerntaak te blijven voldoen. Hierbij spelen schaarste in beschikbare vergunningsruimte, grondstoffen en materialen, arbeid en financiële gelden een rol. Vitens zet de komende jaren in op het vergroten de eigen weerbaarheid en het verbeteren van de organisatiekracht en zal waarschijnlijk de komende jaren geen dividend uitkeren. Vitens wordt geconfronteerd met toenemende onzekerheden en complexiteit (vervuiling, geopolitieke en klimaat). Om de maakbaarheid en weerbaarheid te vergroten is het verbeteren van de organisatiekracht noodzakelijk. Vitens heeft te maken met schaarste aan personeel in cruciale werkgebieden en moet deze schaarste zo efficiënt mogelijk inzetten.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel  VP.10.

Naam

(bedragen x € 1 mln)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

 (eind 2025)

Bijdrage SV 2025

Vitens  (2)

Collegelid

Stemrecht als aandeelhouder

(Stichtse Vecht heeft 58.097 aandelen dit 1% van het totaal)

€ 714

€ 809

 

€ 1.685

€ 1.846

€ 90,6 0

 

SRO (Sport, Recreatie en onderwijshuisvesting)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - SRO (Sport, Recreatie en onderwijshuisvesting)

Sturingsprofiel: Regulier

Per 1 januari 2025 is SRO Stichtse Vecht BV opgericht als publiek-publieke samenwerking  tussen de gemeente Stichtse Vecht en NV SRO.  NV SRO en de gemeente zijn beide aandeelhouder van de BV. Naast de rol van aandeelhouder is de gemeente opdrachtgever en eigenaar/verhuurder van de accommodaties. De BV ontvangt een jaarlijkse exploitatiebijdrage. Verliezen dienen primair opgevangen te worden uit het weerstandsvermogen van de BV. 

Het doel van deze samenwerking is het beheren en exploiteren van multifunctionele accommodatie (MFA) Safari en een aantal gemeentelijke binnensportaccommodaties. Met deze samenwerking zijn de exploitatie en dienstverlening van deze accommodaties op elkaar afgestemd en is één loket voor verenigingen, gebruikers en inwoners ontstaan. De gemeente blijft eigenaar van de accommodaties en stuurt op hoofdlijnen via beleidskaders. De uitvoering van het beheer en de exploitatie is belegd bij SRO Stichtse Vecht.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.11.

Naam

(bedragen x € 1 mln)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen Vermogen (begin '25 -- eind '25) Vreemd vermogen (begin '25 - eind '25) Financieel resultaat (eind 2025)  Bijdrage SV 2025
SRO  Collegelid   n.v.t. n.v.t.   n.v.t.

 

Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) - Programma 3

Sturingsprofiel: Regulier

Het Milieu Educatie Centrum Maarssen (MEC) was in 2025 als een Natuur- en DuurzaamheidsCommunicatie (NDC) locatie onderdeel van de ODRU. Het MEC zet zich in voor inwoners van Stichtse Vecht en maatschappelijke partners op het gebied van een duurzame en gezonde groene leefomgeving. Met educatie (zoals natuurleskisten en excursies), natuurgerichte recreatie (leren door ervaren en doen) en communicatieve participatie (o.a. een energieloket en workshops, lezingen over bijv. klimaatadaptatie en biodiversiteit) inspireert het MEC inwoners van jong tot oud tot het maken van duurzame keuzes en hiernaar te handelen. Binnen de pijler Educatie ligt de focus op scholen voor primair en in mindere mate op het voortgezet onderwijs. Binnen Natuurgerichte Recreatie zijn inwoners van alle leeftijden de doelgroep. Voor de pijler Participatie zijn natuur- en milieuorganisaties, vrijwilligers en wijkbewoners de doelgroepen.

Het MEC maakt per 1 januari 2026 deel uit van de nieuwe omgevingsdienst ODU en zal bovenstaande taken blijven uitvoeren.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.12.

Naam 

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

(begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

(eind 2025)

Bijdrage SV 2025

Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC) (3) Collegelid

Voorzitter Steminvloed 

20%

€ 96 - € 3 - € 10

Maakt deel uit van de bijdrage aan OdrU

      € 103 € 3

Stichting Urgentieverlening West Utrecht (SUWU) - Programma 3

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Stichting Urgentieverlening West Utrecht (SUWU) - Programma 3

Sturingsprofiel: Regulier

De SUWU is een gemeenschappelijke regeling van zes gemeenten in de regio Utrecht West. Het doel van de stichting is het beslissen op ingediende aanvragen voor een woonurgentie in het kader van de Huisvestingsverordening. 

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.13.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

(eind 2025)

Bijdrage SV 2025
Stichting Urgentieverlening West Utrecht (2) Collegelid Stemrecht in AB € 28 n.v.t. € 0 € 22
      € 28  

Kansis (Beschut)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Kansis (Beschut)

Sturingsprofiel: Regulier

Kansis is het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente Stichtse Vecht en biedt werk- en ontwikkelmogelijkheden aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. De organisatie organiseert beschutte werkplekken voor mensen met een Wsw-indicatie, een advies Beschut Werk of een indicatie Banenafspraak en begeleidt daarnaast andere doelgroepen, zoals statushouders, inburgeraars, langdurig werklozen en schooluitvallers, richting werk. Kansis fungeert als werk-, leer- en opleidingsbedrijf waar medewerkers binnen eigen bedrijfsactiviteiten en bij werkgevers op locatie arbeidsvaardigheden ontwikkelen.

De organisatie werkte aan een passende organisatiestructuur en onderzocht hoe Kansis zich verder kan ontwikkelen tot dienstverlener voor werkzoekenden en werkgevers en een rol kan vervullen binnen het Regionaal Werkcentrum. Dit vraagt ook aandacht voor modernisering van het pand.

Voor de continuïteit van beschutte werkplekken is het belangrijk dat Kansis voldoende passend en rendabel werk houdt en aantrekt. Daarom is ingezet op accountmanagement, samenwerking met partners en professionalisering van activiteiten, waaronder de modernisering van de afdeling Verpakken. Per 1 januari 2026 treedt hiervoor een nieuwe dienstverleningsovereenkomst in werking, met een bijbehorende verrekenmethodiek en afspraken over het weerstandsvermogen.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.14.

Naam

(bedragen x € 1.000)

Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

(eind 2025)

Bijdrage SV 2025
Kansis (2) Collegelid Raad van Commissarissen € 858.709 n.v.t. € 169.032

Kansis Beschut € 991.570

      € 1.027.741  

Kansis beschut netto WSW salaris € 2.688.635

 

Kansis Groen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Kansis Groen

Sturingsprofiel: Regulier

KansisGroen is het sociaal ontwikkelbedrijf voor buitendienstwerkzaamheden in de gemeenten Stichtse Vecht en De Ronde Venen. De organisatie biedt leer-werkplekken aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en voert groen- en grijswerkzaamheden uit in de openbare ruimte. KansisGroen biedt beschutte werkplekken aan mensen met een Wsw-indicatie, een advies Beschut Werk of een indicatie Banenafspraak en begeleidt daarnaast andere doelgroepen, zoals statushouders, inburgeraars, langdurig werklozen en VSO/PrO-leerlingen, richting werk. In een bedrijfsmatige werkomgeving ontwikkelen medewerkers hun arbeidsvaardigheden; KansisGroen vervult daarbij de rol van werk-, leer- en opleidingsbedrijf.

Samen met de Raad van Commissarissen is gewerkt aan een langetermijnvisie en een toekomstbestendig model voor Kansis en KansisGroen vanaf 2027. Per 1 januari 2026 treedt een nieuwe dienstverleningsovereenkomst in werking met bijbehorende verrekenmethodiek en afspraken over het weerstandsvermogen.

Niet ondervangen risico's:
Geen.

Tabel VP.15.

Naam

(bedragen x € 1.000)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden

Eigen vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Vreemd vermogen

 (begin '25 - eind '25)

Financieel resultaat

(eind 2025)
Bijdrage SV 2025
Kansis Groen (2) Collegelid Raad van Commissarissen € 1.337.307 n.v.t. € 194.657 Kansis Groen detacheringsbaten - € 206.325
      € 1.531.964  

 

Utrecht10 (U10)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Utrecht10 (U10)

Sturingsprofiel: Regulier

Binnen de netwerkorganisatie U10 werken 16 Utrechtse gemeenten samen aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige regio. Ze werken met elkaar samen op grote thema’s als mobiliteit, economie, wonen, gezondheid en inclusiviteit, groen en landschap en duurzaamheid. Dit doen we om samen slimmere keuzes te kunnen maken die goed zijn voor de individuele gemeenten en voor de U10-regio.  Binnen de U10 wordt gewerkt aan de uitvoering van de Woondeal, Integraalruimtelijk perspectief (IRP) en de Regionale energiestrategie (RES).

Niet ondervangen risico's:
Geen.or een

Tabel VP.16.

Naam

(bedragen x € 1.000)
Vertegenwoordiging Bevoegdheden Eigen Vermogen (begin '25 - eind '25) Vreemd vermogen (begin '25 - eind '25) Financieel resultaat (eind 2025) Bijdrage SV 2025
Utrecht10 (3) Collegelid n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. € 120.000
             

 

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Inleiding

In de verplichte paragraaf Grondbeleid komt elk jaar aan bod hoe onze gemeente het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. Het beleid van de gemeente is vastgelegd in de ‘Nota Grondbeleid’ en de 'Nota Kostenverhaal’. 

Nota grondbeleid

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Nota grondbeleid

In de Nota Grondbeleid staan de beleidsuitgangspunten van het grondbeleid. Ons uitgangspunt is om niet te kiezen voor één bepaalde vorm van grondbeleid, maar dit per locatie of project te kiezen. Per project maken we de afweging of wij de grond zelf in ontwikkeling nemen of dat we dit gedeeltelijk of geheel overlaten aan een marktpartij. Hiervoor hebben we een afwegingskader geschreven, waarin we beoordelen of het initiatief wenselijk is, het financieel haalbaar is, de financiële risico’s ten opzichte van de financiële middelen acceptabel zijn, en of we voldoende kennis en capaciteit binnen de gemeente hebben.

Wij kiezen bij het voeren van grondbeleid voor maatwerk en houden rekening met de marktwerking. In de praktijk betekent dit dat wij overwegend faciliterend grondbeleid toepassen: daarbij stelt de gemeente de kaders voor de ontwikkeling vast, maar zijn derden (zoals ontwikkelaars of woningcorporaties) verantwoordelijk voor de realisatie.

Nota kostenverhaal

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Nota kostenverhaal

Met de Nota Kostenverhaal borgen we de wettelijke plicht om als gemeente de gemaakte kosten te verhalen, voor ruimtelijke ontwikkelingen die door de markt worden geïnitieerd. De gemeente treedt hierbij faciliterend op.

De gemeente streeft naar het afsluiten van anterieure overeenkomsten voor het kostenverhaal. Dat houdt in dat we de overeenkomst voorafgaand aan een bepaald project of plan sluiten. Alleen wanneer de privaatrechtelijke route niet leidt tot (voldoende) resultaat, verhaalt de gemeente de kosten (publiekrechtelijke route). Meestal biedt het voor zowel de gemeente als de particuliere grondeigenaar voordelen om het kostenverhaal privaatrechtelijk te regelen.

In december 2024 hebben we de nieuwe Nota Kostenverhaal vastgesteld met ingangsdatum 1 januari 2025. Bij een nieuw initiatief wordt vanaf dan eerst een voorovereenkomst gesloten, waarbij we om een voorschot op de plankosten vragen. Vervolgens wordt in de anterieure overeenkomst het volledige kostenverhaal vastgelegd. Voor de plankosten gaan we uit van de landelijke plankostenscan. Uitgangspunt is dat alle kosten binnen en buiten het projectgebied, die we alleen maken door het project, voor 100% in rekening worden gebracht.

Voor de plankosten van kleine initiatieven (ruimtelijke plannen die maximaal twee woningen omvatten), gebruiken we in afwijking van de plankostenscan vaste bedragen voor het wijzigen van het omgevingsplan.

In 2025 hebben we in totaal een bedrag van € 125.000 ontvangen voor plankosten.

Algemene reserve grondexploitatie

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Algemene reserve grondexploitatie

De Algemene Reserve Grondexploitaties bedraagt minimaal € 200.000 en maximaal € 600.000. Dit is opgedeeld in een risicodeel van € 200.000 (het minimum) en een ontwikkeldeel van maximaal € 400.000. Het ontwikkeldeel is voor gebiedsontwikkelingsprojecten waarvoor nog geen financiering is geregeld. Zodra de financiering geregeld is, vloeien gemaakte kosten terug naar de Algemene Reserve Grondexploitaties. Als het project niet doorgaat, nemen we het verlies en vullen we de Algemene Reserve Grondexploitaties aan vanuit de Algemene Reserve.

Als het saldo van de Algemene Reserve Grondexploitaties onder het minimum of boven het maximum uitkomt, vullen we het aan vanuit of romen het af van de Algemene Reserve.

Het college is bevoegd om een werkbudget uit de Algemene Reserve Grondexploitaties te gebruiken voor de eerste plan- en onderzoekskosten bij ruimtelijke ontwikkelingen.

In de volgende tabel is het verloop van de Algemene Reserve Grondexploitaties 2025 opgenomen. 

Tabel GB.1.
Verloop Algemene Reserve Grondexploitaties 2025 1-1-2025 Ontrekking Storting 31-12-2025
Bedragen x 1.000
Versnelling grote projecten 0 0 0 0
Ruimtelijke Ontwikkeling 540 866 654 328
Administratieve grondexploitaties
Onwikkellocaties (vrijval voorbereidingskosten) 633
Zuilense Vecht
Harmonieplein 94
Veenkluit-Tienhoven 47
Haarrijnweg 334
Vreeland 391
Kuyperstraat (gedeeltelijke winstneming POC-methode) 21
Veenkluit-Tienhoven - afsluiting per 31-12-2025
Aanvulling minimaal niveau risicodeel
Verloop Algemene Reserve Grondexploitaties 540 866 654 328

Grondexploitaties

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Grondexploitaties

Fetha 3-14-16 te Vreeland

Het definitief ontwerp is aangepast op akoestische eisen voor de drie woningen tegen de sportzaal. De aanpassingen zijn opnieuw doorgerekend. Er is een vooroverleg plan ingediend. Hieruit is een aantal aandachtpunten naar voren gekomen voor de indiening van de omgevingsvergunning. Dit wordt nader uitgewerkt.

Haarrijnweg 5 te Maarssen 

In 2025 liep de ontwikkeling aan de Haarrijnweg vertraging op door een aantal tegenvallers onder de grond. In 2026 wordt gezocht naar een oplossingsrichting, in samenwerking met de betrokken woningcorporatie.

Harmonieplein te Maarssen 

Het Harmonieplein bestaat uit drie onderdelen, het Noordblok, het Zuidblok en het openbaar gebied.

Zuidblok

In 2025 is de bouw van het Zuidblok gestart na enig vertraging door archeologische vondsten. Vooraf aan startbouw is riolering aangelegd en zijn tijdelijke verkeersroutes in werking gesteld.

Noordblok

In 2025 zijn nadere onderzoeken uitgevoerd voor de ruimtelijke onderbouwing van het Noordblok. Samen met het Sociaal Domein is gekeken welke maatschappelijke functies wenselijk en haalbaar zijn op die locatie.

Dorpsplein/ openbaargebied

Tussen het Zuidblok, het Noordblok en het nieuwe kindcentrum komt een nieuw dorpsplein waar ruimte is voor ontmoeting, evenementen en sociale cohesie. Het ontwerp van het dorpsplein is geüpdatet naar de huidige wet- en regelgeving. De input van de klankbordgroep Harmonieplein is hierin meegenomen.

 Kuyperstraat te Maarssen 

In 2025 is de grond verkocht ten behoeve van de bouw van 26 sociale huurappartementen. De bouw is gestart in het derde kwartaal van 2025.

Veenkluit te Tienhoven 

In 2025 heeft de gemeente de grond verkocht voor de bouw van zeven woningen en is de bouw gestart. In 2026 worden de laatste twee woningen gebouwd en wordt er woonrijp gemaakt. Voor deze laatste kosten wordt een voorziening getroffen. Daarmee wordt de grondexploitatie per 31-12-2025 afgesloten.

Zuilense Vecht te Maarssen 

Intern zijn in 2025 de voorbereidingen gestart voor de aanbesteding voor het realiseren van het woningbouwprogramma. Daarnaast is de parkeerplaats van de Amsterdamsestraatweg en een gedeelte van het nieuwe sportieve lint/route opgeleverd.

Risico analyse grondexploitaties

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Risico analyse grondexploitaties

Jaarlijks brengen we de risico’s van de grondexploitaties in beeld om de minimaal benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. De risicoanalyse is uitgevoerd met een Monte Carlo simulatie. Dat houdt in dat een grondexploitatie 25.000 keer is doorgerekend met verschillende scenario’s. De scenario’s bestaan uit financieel vertaalde bandbreedte van gevolgen van de risico’s.

De risicoanalyse is uitgevoerd voor de volgende grondexploitaties: Haarrijnweg 5 te Maarssen, Harmonieplein te Maarssen, Fetha 3/14/16 te Vreeland, Kuyperstraat te Maarssen en Zuilense Vecht te Maarssen.

Uit de risicoanalyse komt naar voren dat we een risicoreservering van € 2.900.000 nodig hebben. Het risicodeel van de Algemene Reserve Grondexploitaties voorziet voor € 200.000 in de benodigde risicoafdekking. Het resterende bedrag van € 2.700.000 nemen we mee in de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen in de Algemene Reserve (het bedrag dat we nodig hebben om onverwachte verliezen of risico's op te vangen).

Winst- en verliesneming

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Winst- en verliesneming

Bij afsluiting van een grondexploitatie met een positief resultaat gaat dit resultaat naar de Algemene Reserve Grondexploitaties. Voor een voorzien negatief resultaat treffen we echter direct een voorziening. Deze voorziening is opgenomen in de Algemene Reserve en niet in de Algemene Reserve Grondexploitaties.

Volgens de verslaggevingsregels (BBV, Besluit begroting en verantwoording ) moet de gemeente tussentijds winst nemen op basis van de voortgang van de winstgevende projecten. Deze winst is gebaseerd op het totaal verwachte projectresultaat, de al gerealiseerde kosten en de al gerealiseerde grondverkopen. De projectresultaten van de grondexploitaties in 2025 leiden niet tot tussentijdse winstneming.

De grondexploitatie Veenkluit te Tienhoven is op 31-12-2025 afgesloten met een negatief resultaat van € 585.000. Voor het afronden van de buitenruimte is per saldo nog € 150.000 nodig. Voor het tekort was reeds een voorziening getroffen van € 688.000 in de Algemene Reserve Grondexploitaties.

Voor de grondexploitatie Kuyperstraat is een winstuitname gedaan van € 21.000. 

Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)

De Wet open overheid (Woo) trad op 1 mei 2022 in werking en verving de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Passieve openbaarheid

Openbaarheid is een recht van de burger. De Wet Open Overheid (Woo) regelt dat iedereen een verzoek om openbaarmaking mag indienen. Deze Woo-verzoeken moeten binnen een wettelijke termijn van 4-6 weken worden afgehandeld of er moet een termijnafspraak met de verzoeker worden gemaakt.

In 2024 ontving de gemeente Stichtse Vecht 81 Woo-verzoeken. 64 verzoeken zijn er in 2024  afgehandeld; 15 verzoeken binnen termijn; 35 verzoeken buiten het termijn (waarvan een deel uit 2023). 3 verzoeken informeel afgehandeld.

In 2025 ontving de gemeente Stichtse Vecht 76 nieuwe Woo-verzoeken. In dat jaar zijn 55 verzoeken afgehandeld, waarvan 20 binnen de wettelijke termijn. Van de overige verzoeken zijn er 15 nog in behandeling. Daarnaast zijn 3 verzoeken informeel afgehandeld.

Actieve openbaarheid

Op 1 november 2024 publiceerde de gemeente de eerste vier verplichte Woo-categorieën op de website: wet- en regelgeving, besluiten van algemene strekking, organisatiegegevens, raadstukken en besluitenlijsten. De tweede deel volgt in 2027. Sinds 1 januari 2026 publiceert de gemeente alle afgehandelde Woo-verzoeken op OpenStichtseVecht.nl.

Om Woo-verzoeken tijdig af te handelen, heeft de gemeente een externe partij ingehuurd. Deze ondersteunt bij het wegwerken van achterstanden en helpt als achtervang bij afwezigheid van de Woo-jurist. Daarnaast legt de gemeente het Woo-protocol binnen de organisatie.

Tabel Woo.1.
Overzicht behandeling Woo-verzoeken 2025
Ingekomen Woo-verzoeken in 2025 76
Binnen wettelijke beslistermijn 20
Buiten wettelijke beslistermijn 35
informeel afgehandeld (binnen wettelijke beslistermjin) 3
totaal afgehandeld 55
te behandelen in 2026 21