Inleiding

Aanbieding

Terug naar navigatie - Aanbieding - Inleiding

Met de jaarstukken leggen we verantwoording af over de resultaten en de financiën in 2025. Centraal staan daarbij de vragen: wat hebben we bereikt, wat hebben we gedaan en wat heeft dit gekost?

Dit is onze laatste verantwoording tijdens de coalitieperiode 2022-2026. Daarmee geven we als college inhoudelijk en financieel overzicht van het afgelopen jaar. De jaarrekening van 2025 sluit af met een positief resultaat van € 0,6 miljoen op een omvang van € 241 miljoen (inclusief reserves).

 

Terugblik

Terugkijkend op het afgelopen jaar en de afgelopen coalitieperiode zijn we trots omdat we heel veel hebben gedaan voor de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van Stichtse Vecht. Veel ambities uit het coalitieakkoord hebben we gerealiseerd. En zelfs meer dan dat. Van de 35 mijlpalen zijn er 23 volledig gerealiseerd, 10 gedeeltelijk en 2 niet gerealiseerd. Vooral bij programma 3 zijn de mijlpalen gedeeltelijk gerealiseerd, wat verklaard wordt doordat het gaat om grote projecten met een lange doorlooptijd. Naast de mijlpalen is er veel regulier werk verzet. Deze leest u onder de "going-concern taken.” In de toelichting per programma is dit verder toegelicht. We noemen een aantal kernpunten:

We hebben sterk ingezet op nieuwbouw van woningen de afgelopen periode. In 2025 hebben we 164 woningen gerealiseerd en nog eens drie omgevingsvergunningen verleend voor de bouw van 230 woningen. Ook is het bestemmingsplan voor Ruimtekwartier, de grootste woningbouwontwikkeling binnen de Stichtse Vecht, vastgesteld. Hiermee is een volgende stap gezet voor de bouw van 2.500 woningen. Daarmee bieden we met name jongeren en ouderen de mogelijkheid om in onze gemeente te kunnen wonen. We hebben onze opgave uit het coalitieakkoord behaald en liggen op koers om de afspraken van de Woondeal 2040 na te komen (overeenkomst met Rijk, provincie en Utrechtse gemeenten). Met een ‘dashboard woningbouw’ monitoren we de voortgang.

Met betrekking tot het langlopende traject herinrichting Zandpad hebben we in 2025 verkennende onderzoeken uitgevoerd. Daardoor kon de raad begin 2026 een besluit nemen. Dat betekent dat er nu duidelijkheid is over hoe we het Zandpad tussen Maarssen-Dorp en Nieuwersluis inrichten over een lengte van 6,5 kilometer.

In 2025 is voor het eerst sinds jaren de stijging van de gemeentelijke zorgkosten afgezwakt. De kostenstijging ten opzichte van 2024 is ca. 3% en dat is in lijn met de indexering. Het definitieve bedrag wordt vastgesteld op basis van de gecontroleerde jaarrekening van TIM Stichtse Vecht. Conform de Bestuursopdracht Voorveld hebben we maatregelen genomen om de zorg en ondersteuning betaalbaar te houden zonder dat dit ten koste gaat van de zorgcontinuïteit. Vanuit verschillende sporen zetten we in op het beheersbaar houden van de kosten. We zetten in op preventie (om duurdere zorg te voorkomen of beperken) en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners. 

Halverwege het jaar hebben we besloten om het contract met TIM Stichtse Vecht te beëindigen en de toegang tot jeugdhulp en Wmo-begeleiding zelf te organiseren. Het doel daarvan is dat we als gemeente vanaf 2027 meer zicht, grip en sturing hebben op het bieden van passende ondersteuning. Ook sluit deze inrichting beter aan bij de Hervormingsagenda Jeugd en de ontwikkeling van sterke lokale teams. De raad heeft de Regiovisie Jeugdhulp en Wmo vastgesteld. Deze visie is de basis voor specialistische jeugdhulp en Wmo-maatwerkvoorzieningen. Ook is in regionaal verband de voorbereiding getroffen voor het oprichten van een Gemeenschappelijke Regeling voor het Sociaal Domein in Utrecht West.

In mei startte het Vraag- en Informatiepunt (VIA) voor het sociaal domein, zowel fysiek als online. Inwoners kunnen hier laagdrempelig terecht met vragen over ondersteuning en voorzieningen. We hebben het aantal partijen uitgebreid dat hulp biedt en waar VIA naar doorverwijst. De eerste ervaringen zijn positief: VIA draagt eraan bij dat inwoners snel  passende ondersteuning krijgen.

Daarnaast werkten we samen met schoolbesturen aan het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Dat geeft richting aan de vernieuwing van schoolgebouwen in Stichtse Vecht. De verordening en het uitvoeringsplan zijn vastgesteld, zodat in 2026 de uitvoering kan starten. 

Sport en bewegen draagt bij aan de gezondheid van inwoners en bevordert sociale samenhang. Ook in 2025 stimuleerde de gemeente dat inwoners een leven lang kunnen sporten en bewegen. We hebben geïnvesteerd in (innovatieve) sportvoorzieningen en hebben sportverenigingen ondersteund. Er is een onderzoek gestart naar de zwembehoefte binnen de gemeente (binnenzwemmen) en de uitkomsten worden betrokken bij de toekomstige plannen.

In 2025 hebben we de startnotitie voor het omgevingsprogramma Cultuur en Erfgoed vastgesteld. Ook zijn we gestart met de evaluatie en herijking van de  cultuursubsidies in aanloop naar de subsidieperiode 2027–2031. Verder hebben we voor het eerst een jongerencultuurmakelaar ingezet om jongeren en jongvolwassenen van circa 15 tot 25 jaar beter te bereiken. Daarnaast zijn we met een verkenning gestart naar een cultuurhuis in Maarssen – een burgerinitiatief dat de gemeente ondersteunde – en hebben we een beheerplan voor Kunst in de Openbare Ruimte opgeleverd. Daarbij heeft de Kunstwacht de opdracht gekregen om het beheer en onderhoud vanaf 2026 uit te voeren.

Om de lokale economie verder te versterken, hebben we goede contacten onderhouden met de ondernemers en ondernemersvereniging OVSV. In het programma economie is opgenomen dat we door middel van de ambitie- en actieagenda samen met de ondernemers en inwoners uit Breukelen bijdragen aan de leefbaarheid van het centrum van Breukelen. Met Schulp Vruchtensappen B.V. hebben we in 2025 een intentieverklaring ondertekend om het bedrijf te verplaatsen naar bedrijventerrein De Corridor.

Met het beleidskader voor zonnevelden hebben we een belangrijke stap gezet om zonnevelden te realiseren in onze gemeente. We hebben ons gehouden aan de afspraak om in te zetten op zonne-energie en geen windmolens te plaatsen. Daarom hebben we ons actief verzet tegen de plannen van de provincie om grote windmolens te realiseren in de Hoeker- en Garstenpolder.

Voor een vitaal platteland hebben we onder het provinciale Utrechtse Programma Landelijke Gebied (UPLG) in 2025 deelgenomen aan twee gebieds- en diverse polderprocessen. Onder andere in polderproces Parel van Spengen is samengewerkt tussen overheden en ondernemers aan toekomstperspectief van landbouw, wateropgaven, weidevogels en bodemdaling. Dit polderproces is een voorbeeld voor andere polders in de provincie. 

In 2025 is netcongestie (drukte op het elektriciteitsnetwerk) een steeds groter probleem geworden, waardoor de netcapaciteit uitgebreid moet worden. Stichtse Vecht ligt op een strategische locatie voor het netwerk Flevopolder-Gelderland-Utrecht, waardoor hier meerdere uitbreidingen moeten komen. We hebben een voorkeurslocatie bepaald voor het nieuwe hoogspanningsstation op de Corridor in Breukelen en er is na participatie een nieuwe locatie aangedragen Utrecht Noord/Stichtse Vecht Haarrijn (bij benzinestation Haarrijn aan de A2).

Naast de belangrijkste thema’s van het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2023-2026 zijn we met het programma Weerbaarheid en Veerkracht gestart in 2025. Het programma is gericht op de zelf- en samenredzaamheid van inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners bij noodsituaties. Dit om de samenleving weerbaarder te maken tegen dreigingen en kwetsbare infrastructuur. Denk aan langdurige uitval van stroomvoorzieningen, internet of betalingsverkeer of de verstoring van drinkwater- en voedselvoorzieningen en kritische bedrijfsprocessen.

 

Fundament op orde

De titel van het coalitieakkoord was ‘Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht’' en dat hebben we gedaan. We hebben continu gewerkt aan het verstevigen en toekomstgericht maken van de ambtelijke organisatie. Met trots kunnen we nu stellen dat er een stabiele organisatie is die met veel enthousiasme en inzet elke dag weer klaarstaat voor onze inwoners. Een organisatie die met professionaliteit en plezier samenwerkt met het bestuur aan het realiseren van de ambities. We hebben stevige stappen gezet op het gebied van dienstverlening, duidelijke bestuurlijke stukken, een zorgvuldige besluitvorming en een gedegen bedrijfsvoering. Op dit stevige fundament kunnen we verder bouwen.

Ook op financieel vlak hebben we het fundament op orde gebracht. In deze coalitieperiode hebben we gewerkt aan een nieuw opzet van de begroting ('Begroting gericht op de toekomst'). Als laatste slag hebben we in 2025 een evaluatie gedaan. Uit de evaluatie blijkt dat de raadsleden hun kaderstellende en controlerende rol door de aanpassingen beter kunnen invullen. Tegelijkertijd is er ook nog ruimte om de P&C-Cyclus verder te ontwikkelen. 

Hierdoor is onze begroting overzichtelijker en zijn de mogelijkheden om (bij) te sturen vergroot. Dit helpt uw raad om duidelijke keuzes te maken en te controleren of we onze doelen behalen.

 

Overdracht aan het nieuwe college

Met deze jaarrekening dragen we het bestuur met vertrouwen over aan een volgend college. Dit laatste volledige jaar van deze collegeperiode hebben we zonder ingrijpende bezuinigingen, met pijnlijke effecten in de samenleving, kunnen overbruggen. Kanttekening is wel dat we hiervoor meer dan ooit een beroep hebben moeten doen op de financiële reserves. Daarbij constateren we dat er ook in de komende periode flinke uitdagingen zijn. Denk hierbij aan de voortdurende financiële onzekerheid voor gemeenten en de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Dit maakt dat ook de komende jaren een scherpe (financiële) blik en het stellen van prioriteiten noodzakelijk zijn.

 

College Burgemeester & Wethouder

 

 

Leeswijzer

Inleiding

De jaarstukken zijn het laatste product van de jaarlijkse planning- en controlcyclus. Op grond van de Gemeentewet (artikelen 198 en 200) moet de raad de jaarstukken vaststellen vóór 15 juli 2026.

Het ‘Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten (BBV)’ maakt onderscheid tussen het jaarverslag (de beleidsverantwoording) en de (financiële) jaarrekening. Het jaarverslag hebben we opgebouwd uit de programmaverantwoording (een programma is een samenhangend geheel van activiteiten) en de verplichte paragrafen. De financiële jaarrekening bouwen we op met de rechtmatigheidsverantwoording, de balans, het overzicht van baten en lasten, de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen en een toelichting op onderdelen.
 

Jaarverslag

In de programma’s leggen we verantwoording af over het uitgevoerde beleid. Dit doen we door drie vragen te beantwoorden, de zogenaamde 3W-vragen:

  • Wat wilde de gemeente bereiken in het afgelopen jaar?
  • Wat hebben we daarvoor gedaan?
  • Wat heeft het gekost?

In dit hoofdstuk geven stoplichten aan in hoeverre we de mijlpalen hebben behaald:

  • Groen: gerealiseerd in 2025
  • Rood: niet gerealiseerd in 2025
  • Oranje: gedeeltelijk gerealiseerd in 2025. Dit gebeurt vooral als we meerdere mijlpalen per doelstelling hebben benoemd.

Per programma vermelden we  welke verbonden partijen betrokken zijn. Verder gaan we in op de going concern-taken en lichten we toe welke reguliere activiteiten we hebben gedaan. De (verplichte) indicatoren hebben we ook per programma opgenomen.

Bij financiële overzichten per programma geven we een separate toelichting op de lasten, baten en wijzigingen in de reserves. We geven een extra toelichting als de afwijking tussen de gewijzigde begroting en de realisatie groter is dan € 50.000 per taakveld en als er sprake is van een politiek relevante afwijking. We presenteren baten als een positief bedrag en lasten als een negatief bedrag. Extra baten en minder lasten zijn voordelige resultaten en geven we daarom met een positief bedrag weer en vice versa.

We hebben de lasten organisatie breed geanalyseerd op drie onderdelen:

  • Toegerekende personeelslasten (loonkosten van de organisatie): in totaal een afwijking van € 863.000 positief. Dit lichten we toe in de paragraaf Bedrijfsvoering.
  • Kapitaallasten: een afwijking van € 1,9 miljoen positief. Dit lichten we per taakveld toe in de jaarrekening.
  • Overige lasten: deze lichten we toe bij het overzicht van baten en lasten.

De verantwoording over beleidslijnen die meerdere programma’s overstijgen, zoals beheerszaken of reguliere activiteiten, hebben we opgenomen in verschillende paragrafen. Door deze clustering in de paragrafen geven we meer inzicht in het betreffende onderwerp. In de paragrafen bespreken we:

  • lokale heffingen;
  • weerstandsvermogen en risicobeheersing;
  • onderhoud kapitaalgoederen;
  • financiering;
  • bedrijfsvoering;
  • verbonden partijen;
  • grondbeleid;
  • openbaarheidsparagraaf Wet open overheid;
  • overige gegevens.


Jaarrekening 

De jaarrekening begint met de rechtmatigheidsverantwoording. Dit is sinds 2023 een nieuw onderdeel. Daarna volgen de verplichte onderdelen volgens het BBV: een overzicht van baten en lasten met uitleg, de balans met uitleg en informatie over specifieke uitkeringen (de SISA-verantwoording).

In de uitleg bij het overzicht van baten en lasten staat ook een overzicht van de gerealiseerde bedragen per taakveld. Dit doen we volgens de indeling die het CBS voorschrijft.

Baten geven we met een positief getal weer en lasten met een negatief getal. Geld uit de reserves zijn voor de exploitatie een bate en dus een positief getal. Geld dat we hebben toegevoegd aan de reserves zijn lasten voor de exploitatie en dus een negatief getal. Voor de leesbaarheid hebben we gekozen om bedragen af te ronden op € 1.000. Als we daarvan afwijken, dan geven we dat bij de tabel aan. Hierdoor kan het zijn dat de getallen minimaal verschillen ten opzichte van de werkelijke cijfers.

Monitoring maatschappelijke effecten 

In deze raadsperiode brachten we het fundament van de gemeente Stichtse Vecht op orde. Dit zodat we een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Onderdeel hiervan was het programma 'Een begroting gericht op de toekomst', waarin we werkten aan een nieuwe opzet van een begroting met mogelijkheden om bij te sturen. Met deze nieuwe opzet is de raad beter in staat om hun kaderstellende en controlerende taken uit te voeren. Het vastleggen en (waar mogelijk) meetbaar maken van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken bijvoorbeeld, draagt eraan bij dat we een meer transparante en betrouwbare gemeente zijn.

In de beleidsprogramma’s hebben we vijf informatie-elementen toegevoegd: 1) doelomschrijving én doelenboom, 2) effectindicatoren, 3) prestatie-indicatoren, 4) mijlpalen en 5) uitleg bij het verband tussen oorzaak en gevolg van activiteiten of prestaties en de effecten in P&C-documenten (vooraf gesteld doel en realisatie achteraf). In de beleidsbegroting 2023 en 2024 hebben we al een eerste stap gezet door het toevoegen van een doelomschrijving bij de vraag 'Wat willen we bereiken?' en mijlpalen bij de vraag 'Wat gaan we daarvoor doen?'.

In de Programmabegroting 2025 hebben we bij vier van de vijf programma’s de vijf informatie-elementen opgenomen. We hebben, vergeleken met de voorgaande begrotingen, extra toegevoegd: een doelenboom, effectindicatoren, prestatie-indicatoren en de uitleg bij het verband tussen oorzaak en gevolg van activiteiten of prestaties en effecten (achteraf). In de jaarstukken 2025 komen deze onderdelen ook aan bod.

Samenvatting

Rekeningresultaat 2025 in een oogopslag

Terug naar navigatie - Samenvatting - Rekeningresultaat 2025 in een oogopslag

Het jaar 2025 is afgesloten met een positief saldo van € 0,6 miljoen. In onderstaande tabel vindt u de realisatie per programma, met onder de tabel een analyse op hoofdlijnen. Een meer uitgebreide analyse ten opzichte van de begroting is opgenomen in de programma’s.

Tabel I.1.
Programma Begroting Begroting Realisatie Verschil
na wijziging
(x €1.000) 2025 2025 2025 2025
1. Bestuur 101.083 102.147 104.078 1.931
2. Veiligheid -8.305 -8.351 -7.664 687
3. Fysiek -22.848 -21.994 -22.456 -463
4. Sociaal -56.383 -57.115 -58.972 -1.857
5. Samenleving -13.445 -14.688 -14.374 313
Totaal 102 0 612 612

Analyse op hoofdlijnen

Terug naar navigatie - Samenvatting - Analyse op hoofdlijnen

Voorlopige analyse op hoofdlijnen ten opzichte van begroting na wijziging 

Het werkelijke resultaat over 2025 bedraagt  € 0,612 miljoen positief. Dat is € 0,510 miljoen voordeliger dan in de primitieve begroting 2025 en 0,612 miljoen voordeliger dan de begroting na wijziging.  De meest opvallende verschillen tussen de begroting na wijziging en de realisatie per programma zijn:

Programma 1 'Bestuur', voordelig verschil van € 1,931 miljoen
De belangrijkste verklaring voor de hogere baten van € 8,5 miljoen is de hogere uitkering uit het gemeentefonds (+ € 5,2 miljoen), dit is bijvoorbeeld ter dekking van de jeudgzorg in programma 4 (€ 2,0 miljoen). Daarnaast zijn er hogere inkomsten vanuit de OZB  (door hogere WOZ-waardes en areaaluitbreiding,+ € 1,1 miljoen) en zijn er hogere inkomsten uit de OZB voor niet-woningen (+ € 0,8 miljoen). Tenslotte is er een meevaller bij uitkeringen m.b.t. loonsom (UWV,+ € 0,7 miljoen) en diverse kleinere posten (+ 0,7 miljoen). 

De lasten zijn € 6,5 miljoen hoger. In 2025 is de voorziening voor de pensioenen wethouders extra aangevuld met € 2,7 miljoen, zodat deze op peil is gebracht voor de overdracht naar het ABP per 01-01-2028.  Verder waren de overheadkosten hoger (+ 3,6 miljoen) door onder andere de implementatie naar de nieuwe ICT infrastructuur, informatieveiligheid, hogere stortingen in voorzieningen voor personeel en hogere verzekeringspremies. 

Programma 2 'Veiligheid', voordelig verschil van € 0,687 miljoen
Het verschil wordt vooral bepaald door lagere lasten van  € 0,6 miljoen. Deze worden veroorzaakt door afrekeningen uit 2024 van de VRU en de beheerspakketten van de brandweer: beide pakten gunstig  uit voor de gemeente. Bij de baten is een meevaller door een extra subsidie voor het Bibob team Utrecht, deze middelen zijn ook ingezet. 

Programma 3 'Fysiek', nadelig verschil van € 0,463 miljoen
De lasten zijn € 2,1 miljoen lager, dit komt vooral door eenmalige meevaller door de omzetting van de voorziening wegen naar rompkredieten (€ 0,9 miljoen), extra kosten voor begraafplaatsen (€ 0,2 miljoen), hogere uitgaven voor diverse specifieke uitkeringen rond duurzaamheid (€ 1,4 mln) en er zijn hogere lasten voor volkshuisvesting (GREX) (€ 3,4 miljoen).  Daarmaast zijn de baten € 2,4 miljoen lager, dit zit voornamelijk in lagere baten voor volkshuisvesting (€ 5,3 miljoen) en in hogere baten uit de specifieke uitkeringen (€ 1,4 miljoen), in hogere onttrekking uit reserves (€ 0,4 miljoen), uit de diverse afvalstromen (€ 0,6 miljoen) en riolering (€ 0,3 miljoen).

Programma 4 'Sociaal', nadelig verschil van € 1,857 miljoen 
De hogere lasten van € 12,8 miljoen worden voor de helft veroorzaakt door de niet-begrote gemeentelijke opvangtaken (€ 5,5 miljoen) en kinderopvangtoeslag affaire (€ 0,9 miljoen). Het overige deel van de extra lasten zit voornamelijk in de TIM taken (€ 6,3 miljoen), dit is reeds gemeld in de Bestuursrapportage.  De baten zijn € 11,4 miljoen hoger. Dit komt voornamelijk door niet-begrote gemeentelijke opvangtaken (€ 6,9 miljoen), kinderopvangtoeslagaffaire (€ 1,2 miljoen) en hogere baten uit de Rijksbijdrage bijstandsverlening (€ 2,5 miljoen).

Programma 5 'Samenleving', voordelig verschil van € 0,313 miljoen
Het verschil in de hogere lasten van totaal € 1,8 miljoen wordt verder veroorzaakt door hogere kosten voor onderwijshuisvesting (inrichting Broeckland, panden in eigen beheer, bewegingsonderwijs) en hogere lasten sportaccommodaties door onverwacht onderhoud. De baten zijn € 2,1 miljoen hoger. Dit wordt verklaard door onder andere hogere toeristenbelasting (€ 0,4 miljoen), extra subsidie (SPUK IDO, € 0,4 miljoen), ontrekkingen aan reserves (€ 0,4 miljoen) en overige posten (€ 0,2 miljoen). Daarnaast zijn er hogere huurinkomsten SRO die overeenkomen met het contract met SRO, maar die nog niet volledig waren begroot (€ 0,7 miljoen). Deze hogere baten vallen weg tegen de hogere lasten van SRO. Het positieve resultaat wordt veroorzaakt door lagere stortingen in reserves.

Analyse financiële positie op hoofdlijnen

Terug naar navigatie - Samenvatting - Analyse financiële positie op hoofdlijnen

De financiële kengetallen zijn ten opzichte van vorig jaar iets slechter. Ten opzichte van de begroting 2025 pakken de kengetallen iets gunstiger uit als gevolg van het hogere positieve resultaat exclusief incidentele baten en lasten. Deze ontwikkeling is in lijn met de financiële strategie die de gemeente volgt om de ravijnjaren te overbruggen én te blijven doen wat nodig is voor burgers en bedrijven.  dan verwacht.

De structurele exploitatieruimte (resultaat gecorrigeerd met incidentele baten en lasten) valt hoger uit dan begroot.  Deze ruimte is ingezet voor onder andere extra storting in de voorziening pensioenen wethouders.

De netto schuldquote is gestegen in de realisatie 2025 door extra aangetrokken leningen, maar ligt nog ruim binnen de  bandbreedte van minst risicovolle waarde. De schuldverplichtingen kunnen prima gedragen worden.

De weerstandsratio heeft een waarde van 1,6 en wordt hiermee beoordeeld als minst risicovol. Met het beschikbare weerstandsvermogen kent de gemeente, op dit moment,  voldoende weerstandscapaciteit om de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen. Gelet op ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande onzekerheden blijven wij het weerstandsvermogen wel nadrukkelijk volgen. 

De ontwikkeling van de  debt-ratio is iets verbeterd ten opzichte van de begroting. Ook hier geldt dat de gemeente deze zorgvuldig monitort en voor de lange termijn in het vizier heeft. 

Door het hogere resultaat dan verwacht is de solvabiliteitsratio, met een waarde van 16,7%, gunstiger dan begroot. De waarde ligt echter onder de grens van 20%. Herstel op termijn is nodig.

De belastingcapaciteit is gedaald ten opzichte van vorig jaar. De waarde ligt boven de waarde die de gemeente zelf aanmerkt als minst risicovol (105), maar nog ruim onder de signaalwaarde van 120.

Tabel I.2.
Kengetallen financiële positie SV 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Begroting
structurele exploitatieruimte 0,5 1,3 -1,6 1,5 0,4 0,6
weerstandsratio 1,8 1,8 1,7 1,7 1,6 1,9
netto schuld quote 105,0 82,0 78,0 78,0 72,0 104,0
debt-ratio 82,0 78,0 78,0 78,0 82,0 87,0
solvabiliteitsratio 18,0 22,0 22,0 22,0 18,0 13,0
belastingcapaciteit 111,8 114,4 102,1 100,4 109,8 107,4
Jaarrekening
structurele exploitatieruimte 1,4 1,7 0,1 1,8 0,2 2,1
weerstandsratio 1,8 1,6 1,7 2,2 1,7 1,6
netto schuld quote 64,0 64,0 64,0 69,0 75,9 85,8
debt-ratio 74,0 76,0 79,0 81,0 81,0 83,3
solvabiliteitsratio 26,0 24,0 21,0 19,0 19,0 16,7
belastingcapaciteit 111,8 114,4 102,1 100,4 109,8 107,4

 

 

Tabel I.3.
Betekenis waarden kengetallen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
structurele exploitatieruimte > 0 0 < 0
weerstandsratio > 1,4 1,4 - 1,0 < 1,0
netto schuld quote < 90 90 - 130 > 130
debt-ratio < 50 50 - 80 > 80
solvabiliteitsratio > 50 50 - 20 < 20
belastingcapaciteit < 95 95 - 105 > 105

Financiële analyse

Terug naar navigatie - Samenvatting - Financiële analyse

De totaalscore van de solide financiële positie in de jaarstukken is gunstiger dan begroot. Het verschil ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door de netto-schuldquote: deze pakt gunstiger uit in de score.

De netto-schuldquote gecorrigeerd door alle verstrekte leningen, is een indicator die de schuldenlast laat zien onder aftrek van de doorgeleende bedragen. Het toont de druk van de schulden op de exploitatie. In 2025 is enerzijds de omvang van de leningen lager dan begroot. Tegelijkertijd zijn de doorgeleende bedragen (startersleningen en debiteuren) hoger dan begroot.  Deze (lagere) netto-schuld wordt vervolgens gedeeld door de baten. Omdat de gerealiseerde baten 14% hoger zijn dan begroot, daalt de ratio. Dit is een gunstige ontwikkeling.

Ook al is de totaalscore gunstiger dan begroot, zit de score onder de streefwaarde van 65.  Ten opzichte van de jaarstukken 2024 is de score gedaald van 57,5 naar 48. De ratio's in samenhang laten zien dat de financiële positie van de gemeente Stichtse Vecht verstevigd moet worden.  Met name is er winst te behalen bij de verbetering van de structurele exploitatieruimte, het structureel weerstandsvermogen en de solvabiliteit.  Bijsturing op realistisch begroten en kostenbeheersing zijn noodzakelijk.

Tabel I.4.
Kengetallen Score Ruimte Streefwaarde Herstel Kritische
Max B2025 JR2025 Stichtse Vecht ondergrens
1. Structurele exploitatieruimte
JR 2025 12 12 12 2,12%
2e jaar (B 2026) 8 0 0 < 0
3e jaar (2027) 8 0 0 < 0
4e jaar (2028) 12 0 0 < 0
2. Weerstandsratio (incidenteel) 15 15 15 1,6
3. Structureel weerstandsvermogen 15 0 0 0,0
4. Solvabiliteit 9 0 0 20% 17%
5. Netto schuldquote 9 4,5 9 86%
6. Taakstellingen
1e jaar 3 3 3
2e jaar 3 3 3
3e jaar 3 3 3
4e jaar 3 3 3
Totaal financiële positie 100 43,5 48 JR2025 B2026

De normering voor de toekenning van punten per kengetal staat in onderstaand tabel.

Tabel I.5.
Kengetal Normering voor toekennen punten
Structurele exploitatieruimte Negatief is 0 punten, positief 12 of 8 punten, kleiner dan 0,5% is 6 of 4 punten (12 en 6 bij 1e en 4e jaar; 8 en 4 bij 2e en 3e jaar)
Weerstandsratio (incidenteel) Weerstandsratio (incidenteel) groter dan 1,4 is 15 punten, tussen 0,8-1,4 is 7,5 punten en kleiner dan 0,8 is 0 punten.
Structureel weerstandsvermogen Weerstandsratio (structureel) groter dan 1,0 is 15 punten, tussen 0,6-1,0 is 7,5 punten en kleiner dan 0,6 is 0 punten
Solvabiliteit Boven de 50% is 9 punten, tussen de 20-50% is 4,5 punten en kleiner dan 20% is 0 punten
Netto schuldquote Kleiner dan 90% is 9 punten, tussen 90%-130% is 4,5 punten en boven 130% is 0 punten
Taakstellingen Taakstelling kleiner dan 0,5% is 3 punten, tussen 0,5%-1% is 1,5 punten en boven 1% is 0 punten
Normen Ruimte Streefwaarde Opgave voor Kritische
Koers houden Stichtse Vecht herstel ondergrens
Totaal financiële positie 100 - 76 75,5 - 65 64,5 - 0 1e en 4e jaar niet structureel sluitend

Ontwikkeling Algemene Reserve

Terug naar navigatie - Samenvatting - Ontwikkeling Algemene Reserve

Omschrijving

Onderstaande stortingen en onttrekkingen in de Algemene reserve zijn in 2025 verwerkt op basis van raadsbesluiten. In het overzicht zijn ook de verwachte mutaties in 2026 opgenomen, zoals de effecten van de begroting 2026. In het raadsvoorstel bij de jaarrekening 2025 is een afzonderlijk voorstel opgenomen over de resultaatbestemming van 2025. We stellen u voor om van het rekeningresultaat 2025 van € 0,6 miljoen (1) een bedrag van  € 0,5 miljoen aan positief budgetresultaten over te hevelen naar 2026  en (2) het restant van 0,1 miljoen toe te voegen aan de Algemene reserve. Hiermee stijgt de Algemene reserve met € 0,1 miljoen (afgerond). 

Excel-tabel

Tabel I.6.
Verloop Algemene reserve (x €1.000) Bedrag
Saldo 31 december 2024 16.571
Stortingen:
Jaarrekening 2024: rekeningresultaat 2024 3.039
Primaire begroting 2025 37
Onttrekkingen:
Jaarrekening 2024: resultaatbestemming 2024 -2.108
- onttrekking t.b.v. bestemmingsreserve oostelijke vechtplassen -846
- overheveling basisregistratie schoken IHP -64
- overheveling restant subsidie erfgoed deal -94
- overheveling compensatie publieke voorzieningen naar programma 5 -265
- overheveling compensatie publieke voorzieningen naar programma 4 -230
- overheveling voorveld -200
- overheveling vitaal platteland -137
- overheveling omgevingswet -123
- overheveling aanbesteding nieuwe managed serviceprovider -150
Saldo 31 december 2025 17.539
Resultaatbestemming
Voorstel jaarrekening 2025: Rekeningsaldo 2025 612
Voorstel jaarrekening 2025: budgetoverheveling vanuit 2025 naar 2026 -506
- voorstel overheveling naar 2026: vitaal platteland -201
- voorstel overheveling naar 2026: compensatie publieke voorzieningen naar programma 4 -75
- voorstel overheveling naar 2026: masterplan breukelen -146
- voorstel overheveling naar 2026: compensatie publieke voorzieningen naar programma 5 -25
- voorstel overheveling naar 2026: restant subsidie erfgoeddeal -59
Stortingen:
Voorstel storting Algemene Reserve jaarrekening 2025 106
Prognose saldo 2026, op basis van voorstellen aan de raad 17.645