Ontwikkelingen per programma

De nieuwe ontwikkelingen die zijn opgenomen in de Kadernota beschrijven we per programma. De continuering van onze going-concerntaken nemen we op in de begroting.

Programma 1 Bestuur

Artificiële Intelligentie en datagedreven werken (€ 365.000 2027 en 2028 & € 100.000 2029 structureel)

Terug naar navigatie - Programma 1 Bestuur - Artificiële Intelligentie en datagedreven werken (€ 365.000 2027 en 2028 & € 100.000 2029 structureel)

Digitalisering en datagedreven werken vormen de kern van de gemeentelijke dienstverlening. Informatiebeheer is daarmee van groot belang voor een transparante, efficiënte en betrouwbare overheid. Data en Informatie vormen een belangrijk onderdeel van de fundamenten van de gemeente: het ondersteunt besluitvorming, dienstverlening aan inwoners en bedrijven,  beleidsontwikkeling en verantwoording aan de samenleving. En met AI voegen we daar technologie aan toe die ons in staat stelt significante stappen hierin te maken, passend bij de technologische ontwikkelingen breder in de samenleving.

In zowel het laatste toezichtsrapport van onze provinciale toezichthouder op het gebied van informatiebeheer als in het rapport van de rekenkamercommissie over informatieveiligheid wordt aangegeven dat we vooruitgang hebben geboekt, maar nog belangrijke stappen moeten zetten om compliant te worden met geldende wet- en regelgeving zoals de AVG, AWB, WOO, en AI Act. Additionele middelen worden hiervoor beschikbaar gesteld.

Ten aanzien van de implementatie van AI hanteren we een use case gedreven aanpak. Dat heeft als voordeel dat we direct waarde creëren op basis van een concrete vraag vanuit de organisatie. We beginnen klein zodat we kunnen leren en schalen op wanneer dat mogelijk is. Tegelijk borgen we beleid, technologie, werkwijzen, kennis en kunde in de organisatie zodat opschaling mogelijk en verantwoord is.

In 2026 leggen we een fundament voor datagedreven werken en AI. In de aankomende jaren investeren we, in aanvulling op bestaande budgetten, € 365.000 (per jaar, in 2027 en in 2028) en vanaf 2029 € 100.000 (structureel). Deze middelen worden ingezet voor de projectaanpak, eventueel benodigde middelen voor de hieruit volgende lijnactiviteiten worden in de projectfase nader uitgewerkt waarover te zijner tijd besluitvorming zal plaatsvinden.

Programma 2 Veiligheid

VRU Kadernota 2027 (€ 187.000 structureel)

Terug naar navigatie - Programma 2 Veiligheid - VRU Kadernota 2027 (€ 187.000 structureel)

Om de taakuitvoering en de organisatie toekomstbestendig te houden, is het nodig dat de VRU haar organisatie robuust inricht en op orde komt en blijft. De VRU heeft daartoe het toekomstscenario ‘op orde’ uitgewerkt waarbij de benodigde middelen zijn uitgewerkt om de huidige taken te kunnen blijven uitvoeren. De financiële gevolgen daarvan zijn beschreven in de VRU-Kadernota 2027.

De aanvullende uitgaven vanuit het scenario ‘op orde’ kennen een opbouw over de jaren. In de VRUKadernota 2027 is een bijstelling van de financiële uitgangspunten (zoals ijkpuntscores Gemeentefonds en loon- en prijsindexeringen) opgenomen. Door de gestelde financiële uitgangspunten stijgt onze bijdrage in 2027 tot € 5,146 miljoen, een verhoging van € 180.000. Ook onze IGPP-vergoeding (individueel gemeentelijk pluspakket voor deel van het onderhoud van de brandweerkazernes) stijgt door de bijstelling van de financiële uitgangspunten met € 3.000 in 2026 en € 7.000 in 2027. Ter dekking van deze uitgaven (€ 187.000) zetten wij onze stelpost lonen- en prijsindexatie in.

Wet Veilige jaarwisseling (€ 60.000 structureel)

Terug naar navigatie - Programma 2 Veiligheid - Wet Veilige jaarwisseling (€ 60.000 structureel)

De jaarwisseling vraagt de afgelopen jaren steeds meer bestuurlijke en ambtelijke aandacht. Net als in de rest van het land zien we tijdens de jaarwisselingen verharding van incidenten, toename van geweld tegen hulpverleners en gebruik van (zwaar) illegaal vuurwerk. Wij bereiden ons daarbij voor op de uitvoering van de Wet Veilige Jaarwisseling, die vanaf 2026 meer verantwoordelijkheid bij ons neerlegt om de jaarwisseling lokaal veilig en beheersbaar te organiseren. Dat vraagt om tijdige en bewuste bestuurlijke keuzes over preventieve maatregelen en een integrale handhavingsstrategie.

Een zorgvuldige en afgewogen voorbereiding voor een veilige jaarwisseling vraagt om structurele beleidsmatige capaciteit binnen team Veiligheid (0,5 fte beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid, € 60.000). Deze beleidsadviseur is ook verantwoordelijk voor andere landelijke ontwikkelingen binnen het veiligheidsdomein. Naast deze structurele inzet kunnen er per jaar incidentele uitvoeringskosten ontstaan, bijvoorbeeld voor communicatie of het ondersteunen van lokale initiatieven rond de jaarwisseling. Deze kosten worden afzonderlijk afgewogen binnen de bestaande budgetten.

Weerbaarheid en Veerkracht (p.m.)

Terug naar navigatie - Programma 2 Veiligheid - Weerbaarheid en Veerkracht (p.m.)

In de begroting 2026 is met een p.m.-post rekening gehouden met de ambitie om de gemeentelijke weerbaarheid en veerkracht te versterken. In 2027 werken we deze ambitie verder uit door verder te gaan met een samenhangend pakket aan voorbereidingen gericht op noodsituaties en maatschappelijke weerbaarheid. De gemeente werkt hierin structureel samen met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en het Rijk, binnen landelijke en regionale afspraken over crisisbeheersing en maatschappelijke continuïteit. De verwachting is dat het Rijk deze ontwikkeling op termijn zal ondersteunen met aanvullende instrumenten en/of incidentele middelen, maar op dit moment bestaat hierover nog onvoldoende concreet zicht.

Met financiering van het Rijk en in samenwerking met de VRU, is in 2026 in Stichtse Vecht door middel van een pilot ervaring opgedaan met de inrichting en werking van noodsteunpunten op vijf verschillende locaties. Met de financiering van deze pilot is een aantal noodzakelijke investeringen gedaan die toekomstige incidentele kosten verlagen. Maatschappelijke weerbaarheid tegen het verhoogde risico op noodsituaties vraagt echter om continue inzet op de zelf- en samenredzaamheid van de samenleving. Onder andere door netwerken te activeren en te onderhouden, handelingsperspectieven te bieden en noodsteunpunten verder te ontwikkelen. Hiervoor is naast eventuele incidentele middelen van het Rijk op termijn structurele capaciteit nodig.

Programma 3 Fysiek

Klein onderhoud wegen (€ 300.000 structureel)

Terug naar navigatie - Programma 3 Fysiek - Klein onderhoud wegen (€ 300.000 structureel)

Op 13 mei 2025 heeft de raad ingestemd met een aanpassing in de financiële methodiek met betrekking tot het groot onderhoud wegen. Onderdeel van dit voorstel was het vervallen van de oorspronkelijke toevoeging aan de voorziening groot onderhoud wegen (besluitpunt 5) en een verhoging van het budget voor dagelijks onderhoud (besluit punt 6 en 7). Voor 2025 is deze verhoging doorgevoerd via de Bestuursrapportage 2025. In de meerjarenbegroting moet deze verhoging nog doorgevoerd worden. Uit nader onderzoek blijkt dat een structurele verhoging met € 300.000 nodig is om het dagelijks onderhoud op het vastgestelde niveau te kunnen uitvoeren.

Herinrichting speeltuinen (€ 0 structureel)

Terug naar navigatie - Programma 3 Fysiek - Herinrichting speeltuinen (€ 0 structureel)

Vanaf 2027 zijn er geen budgetten voor Spelen opgenomen in de meerjareninvestering. Om de speel- en sportplekken op het vastgestelde en gewenste kwaliteitsniveau te brengen en houden zijn investeringen nodig.

Op basis van het beleidskader “Buiten Spelen, Natuurlijk!” zijn kwaliteitskaarten uitgewerkt, waarin een keuze is gemaakt voor scenario 3, streefbeeld. In dit scenario is opgenomen welke speel- en sportplekken ingericht blijven als speel- en sportplekken en welke plekken buurt initiatiefplekken worden.

Voorgesteld wordt om een jaarlijks vervangingsbudget van € 455.000 op te nemen in de meerjareninvesteringsplanning met ingang van 2027. Vanaf 2032 kan het investeringsbudget worden teruggeschroefd naar € 380.000.

Met de voorgestelde investeringen van € 455.000 per jaar zijn afschrijvingslasten ter hoogte van circa €30.000 gemoeid en totale kapitaallasten (inclusief rente) met een hoogte van circa €40.000. Omdat er elk jaar geïnvesteerd wordt, stijgt de totale bijkomende kapitaallast jaarlijks. Dus na 4 jaar investeren is de kapitaallast circa € 160.000.

Door de inhaalslag in investeringen, kunnen de onderhoudslasten ieder jaar dalen tot € 125.000 in 2031. Dat is € 160.000 lager dan het huidige onderhoudsbudget. Tot en met 2031 kunnen daardoor de nieuwe kapitaallasten opgevangen worden door een verlaging van de onderhoudslasten.

Voldoen wettelijke inzamelplicht GFT hoogbouw (€ 0 structureel)

Terug naar navigatie - Programma 3 Fysiek - Voldoen wettelijke inzamelplicht GFT hoogbouw (€ 0 structureel)

De Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen die vertaald is in de Wet Milieubeheer verplicht de gescheiden inzameling van bioafval (GFT) uiterlijk per 31 december 2023. Voor Nederlandse gemeenten houdt dit in dat zij alle aangesloten huishoudens voorzieningen moeten geven om hun GFT aan de bron gescheiden aan te kunnen bieden, ook die huishoudens waarvoor dat tot nu toe niet of nauwelijks het geval was. Dit betekent dat vanaf 2024 bewoners van flats en appartementen in Stichtse Vecht ook GFT apart moeten kunnen aanbieden.

De gemeente moet daartoe verzamelcontainers plaatsen die goede service bieden (beperkte loopafstand) en niet gevoelig zijn voor vervuiling van het GFT (alleen toegankelijk met afvalpas voor bewoners die hieraan mee willen doen). GFT dat niet wordt gescheiden heeft een groot gewichtsaandeel in het restafval. Door hoogbouwbewoners ook in de gelegenheid te stellen hun GFT voortaan te scheiden, zijn zij ook in staat voortaan minder restafval te produceren.

De investeringskosten voor GFT-cocons in de hoogbouw zijn € 250.000 (circa 100 cocons à € 2.500). De afschrijftermijn van de cocons is 20 jaar. De bijkomende exploitatiekosten (kapitaallasten en inzamelingskosten) bedragen in totaal circa € 30.000.

Omdat verwerking van GFT per ton ca. € 60 minder kost dan die van restafval, kunnen de exploitatiekosten deels worden terugverdiend. De jaarlijkse besparing ligt naar verwachting rond de € 15.000. Het restant wordt verwerkt in de afvalstoffenheffing.

SPUK CDOKE (€ 0 structureel)

Terug naar navigatie - Programma 3 Fysiek - SPUK CDOKE (€ 0 structureel)

Vanaf 2023 heeft de gemeente jaarlijks middels een Specifieke Uitkering (SPUK CDOKE) 1,1mln ontvangen voor de inzet van capaciteit voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. De gemeente Stichtse Vecht heeft deze middelen sinds begroting 2024 structureel opgenomen.

In 2027 krijgt gemeente Stichtse Vecht een uitkering van circa € 2,2 miljoen per jaar tot en met (naar verwachting) minimaal 2030. Het Rijk stimuleert om deze middelen structureel inzetbaar te maken, zodat gemeenten vast personeel kunnen aannemen.

Deze uitkering vindt in 2027 plaats door een bijzondere fondsuitkering. Dat betekent minder verantwoordingslasten. Wel kan het Rijk informatie opvragen om te kijken of de duurzaamheidsdoelen worden bereikt en de kosten passend zijn.

In de periode 2027-2030 wordt ingezet op de volgende thema’s om aan de duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen: Uitvoering van het duurzaamheidsprogramma, het opstellen en uitvoeren van het (verplichte) warmteprogramma. Het verder vormgeven van het soortenmanagementplan, continuering samenwerking Stichting Duurzame Vecht middels een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) en verduurzaming eigen vastgoed, energieadvies en circulariteit.

De additionele middelen worden structureel (budgetneutraal) aan de begroting toegevoegd.

SPUK Realisatiestimulans (p.m.)

Terug naar navigatie - Programma 3 Fysiek - SPUK Realisatiestimulans (p.m.)

Het kabinet streeft ernaar dat er jaarlijks 100.000 nieuwe woningen worden gebouwd, waarvan twee derde betaalbaar. Om gemeenten te ondersteunen bij deze opgave, heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) de Realisatiestimulans ingevoerd. Gemeenten ontvangen een vaste bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Verwacht wordt dat de regeling ook na 2029 zal doorlopen, maar dit is nog niet definitief aangekondigd door het Rijk.

Het doel van de Realisatiestimulans is om woningbouw haalbaar te maken in heel Nederland, ook waar betaalbare woningen anders moeilijk tot stand komen. Gemeenten kunnen de bijdrage laagdrempelig aanvragen bij het Rijk. Woningen die al zijn gesubsidieerd via andere rijksmiddelen, zoals de Woningbouw Impuls en Start Bouw Impuls, zijn uitgesloten van deze regeling. Er worden een strategie en bestedingsplan uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd aan College en Raad.

De prognose is dat er in 2026 wordt gestart met de bouw van 170 woningen in het betaalbare segment. De inkomsten en programmering van de middelen uit de realisatiestimulans worden structureel opgenomen. De omvang hiervan wordt verder gespecificeerd in de Programmabegroting en Bestuursrapportage.

Programma 4 Sociaal

Regionalisering Jeugdzorg en Wmo (p.m.)

Terug naar navigatie - Programma 4 Sociaal - Regionalisering Jeugdzorg en Wmo (p.m.)

Het budget van TIM Stichtse Vecht wordt per 2027 verdeeld over de nieuwe structuur met:

  • gemeentelijke toegang
  • VIA als vraag- en informatiepunt
  • ondersteuning door het voorveld
  • regionale inkoop van jeugdhulp en Wmo-begeleiding
  • de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht-West (GR SD UW).

Uitgangspunt is om zoveel mogelijk binnen bestaande middelen te werken, door herverdeling van het budget van TIM Stichtse Vecht. Daarbij gaan we uit van de uitgaven in 2025 (26,2 mln.). Op moment van schrijven is het niet mogelijk om een indicatieve herverdeling te maken. Deze zal worden opgenomen in de Programmabegroting 2027-2030, inclusief een financiële prognose en beleidsmaatregelen (inclusief mijlpalen).

In 2027 is er ook sprake van incidentele kosten voor de regionale samenwerking. Dit betreft frictiekosten voor de oprichting van de GR SD UW. En projectkosten voor de voorbereiding van de inkoop van de jeugdhulp en Wmo-begeleiding. In de loop van 2026 zijn deze kosten inzichtelijk en zullen we deze verwerken in de Programmabegroting 2027-2030.

Invoering Participatie in balans (2027 € 75.000 incidenteel, daarna € 0 via bijdrage Gemeentefonds)

Terug naar navigatie - Programma 4 Sociaal - Invoering Participatie in balans (2027 € 75.000 incidenteel, daarna € 0 via bijdrage Gemeentefonds)

De Participatiewet in Balans, die per 1 januari 2026 wordt ingevoerd, heeft gevolgen voor de uitvoering van de Participatiewet en de begeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De wet richt zich op meer maatwerk en minder regels, met een grotere nadruk op vertrouwen in de inwoner en de professional.

Voor de invoering van deze wet in 2027 wordt een incidenteel bedrag van € 75.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn bedoeld voor de implementatie van nieuwe werkwijzen, zoals aanpassingen in processen, communicatie en systemen, die noodzakelijk zijn om de wet effectief uit te voeren. De kosten zullen in 2027 voornamelijk betrekking hebben op de inrichting van het beleid en de uitvoering, evenals de noodzakelijke systeemaanpassingen.

CAO aan de slag 2026-2027 (Kansis) (€ 0 via stelpost lonen en prijzen)

Terug naar navigatie - Programma 4 Sociaal - CAO aan de slag 2026-2027 (Kansis) (€ 0 via stelpost lonen en prijzen)

De Cao "Aan de slag" 2026-2027 heeft invloed op de uitvoering van het beleid rondom de participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, specifiek binnen de dienstverlening van Kansis en Kansis Groen. Deze cao-aanpassing zal resulteren in verhoogde loonkosten voor de uitvoering van het begeleid werken en beschut werk. De impact van de Cao wordt begroot op basis van de stelpost lonen en prijzen, wat betekent dat de extra kosten door middel van de beschikbare stelposten worden gefinancierd. De structurele verhoging in de loonkosten zal vanaf 2026 doorwerken in de begroting, maar aangezien het geen extra budget vereiste boven de stelposten, worden deze kosten als neutraal in de begroting verwerkt.

Gemeenschappelijke Regeling GGD Regio Utrecht (€ 0 via stelpost lonen en prijzen)

Terug naar navigatie - Programma 4 Sociaal - Gemeenschappelijke Regeling GGD Regio Utrecht (€ 0 via stelpost lonen en prijzen)

Op basis van de conceptbegroting 2027 van de GGDrU wordt voor Stichtse Vecht uitgegaan van een geraamde bijdrage van € 3.678.000 in 2027, tegenover € 3.615.000 in 2026. Dit betekent een structurele stijging van circa € 63.000, die voortkomt uit verwachte autonome ontwikkelingen (loon- en prijsindexaties). De conceptbegroting 2027 van de GGDrU is beleidsarm opgesteld en bevat de bezuinigingen die op verzoek van het Algemeen Bestuur zijn verwerkt.

Programma 5 Samenleven

In de Kaderbrief 2027 zijn er geen autonome ontwikkelingen of beleidswensen voor dit programma toe te lichten.