In de Bestuursrapportage 2026 rapporteren we over de totaal beschikbare investeringsbudgetten per (integraal) project en de vervangingsbudgetten voor kapitaalgoederen in de openbare ruimte. We beoordelen in hoeverre we de voor 2026 geraamde lasten en de beschikbare budgetten moeten bijstellen door een kritische beoordeling van de investeringsplanning.
Er wordt sinds enige tijd gewerkt aan een realistische uitvoerbare investeringsplanning. Er zijn eerste stappen gezet om de financiële planning van de investeringskredieten dichter bij de planmatige uitvoering te brengen. In dit proces worden ook nieuwe inzichten opgedaan die uitgewerkt zijn in de Kadernota 2027. In de Begroting 2027 wordt de gewijzigde planning voor de jaren 2027 e.v. verwerkt in de nieuwe meerjareninvesteringsplanning 2027-2030, waarbij in financieel opzicht rekening wordt gehouden met een plafond op jaarbasis.
In deze Bestuursrapportage is de nieuwe opzet van de presentatie van de investeringskredieten van vorig jaar overgenomen. In de tabellen presenteren we:
- het totaal krediet (voor gehele project over meerdere jaren)
- de gerealiseerde uitgaven t/m 2025
- de jaarschijf 2026 van het krediet (planning uitgaven in 2026)
- prognose totale uitgaven in 2026
- het verwachte restant krediet jaarschijf 2026 per 31-12-2026
- het verwachte restant krediet totaal per 31-12-2026
Met deze aanpak streven we naar een financiële planning van de investeringen die beter aansluit op de werkelijke planning van de uitvoering van de werkzaamheden. Een realistische en uitvoerbare investeringsplanning draagt uiteindelijk bij aan een slagvaardige, betrouwbare en transparante overheid én aan het realiseren van het gewenste kwaliteitsniveau van de openbare buitenruimte en aan een solide financieel beleid.
In de Begroting 2027 zetten we de vervolgstap om de meerjareninvesteringsplanning 2027-2030 dichter bij de realistische uitvoering van de werkzaamheden te brengen. Daarbij leggen we de focus eerst op de jaarschijf 2027 en actualiseren we de bestaande planning 2028-2030. Hierbij wordt gestreefd de investeringen zo te plannen dat het investeringsvolume zo dicht mogelijk bij het plafond van 51 mln komt.
In 2025 is er een de nota 'Waarderen en afschrijven vaste activa' uit 2021 herzien. Daarmee hebben er een aantal belangrijke wijzigingen plaatsgevonden:
- Investeringskredieten worden vanaf 2026 investeringsbudgetten genoemd
- Nieuwe of geactualiseerde investeringsbudgetten stelt de raad vast op totaalbudget, niet meer per jaarschijf
- Budgetten voor vervangingsinvesteringen worden jaarlijks vastgesteld
- Vanaf 2025 worden de budgetten voor vervangingsinvesteringen voor wegen toegekend op het niveau van rompbudgetten
- Bij uitzonderlijk grote projecten (zoals IHP) wordt bij aanvang een voorbereidingsbudget aangevraagd.
- Over de uitgaven en inhoudelijke voortgang wordt in de bestuursrapportage en de jaarrekening op totaalproject verantwoord. Bij meerjarige projecten is dat in het boekjaar waarin het project wordt opgeleverd. Bij vervangingsbudgetten wordt jaarlijks verantwoord over de werkelijke uitgaven.
- Investeringsbudgetten worden jaarlijks bijgesteld door indexatie.
- Investeringsbudgetten moeten via de P&C documenten worden aangevraagd. Alleen bij hoge uitzondering, wanneer bijv. veiligheid in gevaar komt, kan hiervan worden afgeweken met een separaat raadsvoorstel.
Voor de bestuursrapportage betekent dit dat de jaarschijf minder van belang is en het totale krediet juist belangrijker wordt. Daarmee krijgt de organisatie wat bewegingsvrijheid om investeringen waar mogelijk eerder uit te voeren.
Dit en een aangepast manier van het administratieve proces (uren schrijven, projectbudgetten, rompbudgetten en vervangingskredieten), leiden er toe dat de presentatie van de investeringen in deze bestuursrapportage op enkele onderdelen is aangepast.
Dit om te voorkomen dat er een scheef beeld ontstaat van de voortgang van de verschillende investeringsbudgetten.